Waarom ACOD-onderwijs CAO VIII verwerpt

Facebooktwittergoogle_plusmail

Na een uitgebreide raadpleging van de leden heeft ACOD-onderwijs het ontwerp van CAO VIII verworpen. 80% van de leden stemden tegen het voorliggende ontwerp.

De belangrijkste bezwaren zijn:

  • de invoering van de schoolopdracht, via de functiebeschrijving, die zal leiden tot een taakverzwaring (cfr. hoger onderwijs);
  • het ontbreken van maatregelen om de aanwendingspercentages in de verschillende niveaus op 100% te brengen;
  • de verhoging van het vakantiegeld naar 92% duurt te lang;
  • het in de kou laten staan van 20% van de directies basisonderwijs (alsook de directeurs CVO en DKO en hun inspectie) en het niet toekennen van een loonsverhoging aan een heleboel personeelsleden in selectie- en bevorderingsambten;
  • het systematisch uithollen van de perequatie;
  • geen concrete werkdrukvermindering via het toekennen van de uren lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs;
  • talrijke maatregelen specifiek voor het vrij onderwijs;
  • teveel beleid, te weinig CAO.

Schoolopdracht

Tot in den treure heeft ACOD-onderwijs gesteld dat het onaanvaardbaar is dat maatregelen zouden opgenomen worden die de opdracht van de leraar doen verzwaren! De huidige functiebeschrijving staat bol van de goede bedoelingen, maar biedt geen enkele garantie op een beperking van de taakbelasting.

Tot wat dit kan leiden zien we dagelijks in het hoger onderwijs. Bijkomende taken worden niet omgezet in bijkomende tewerkstelling, maar wél in bijkomende taakbelasting. De minister en inrichtende machten hebben met deze functiebeschrijving het ultieme wapen om de taken van een “middenkader” te verdelen over alle personeelsleden en nieuwe taken in te voeren zonder oude taken te schrappen. Wij kunnen ons als voorbeeld levendig voorstellen dat een directeur het nodig vindt dat de school zich profileert met sportactiviteiten op woensdagnamiddag. Waar de leerkrachten dit nu vrijwillig doen en volgens draagkracht, zullen zij in de toekomst verplicht kunnen worden om dit te doen en zullen zij op deze activiteit geëvalueerd worden.

Dat dit zal leiden tot bijkomende werkdruk is duidelijk, de mogelijke taken zijn immers onuitputtelijk en worden nergens gelimiteerd in deze CAO.De inrichtende machten hebben alle redenen om deze CAO gunstig te beoordelen.Een oude droom is immers werkelijkheid geworden, namelijk onbeperkt beroep kunnen doen op de leerkrachten. Verplichte deelname aan geïntegreerde werkperiodes voor meerdere dagen, eetdagen, naschoolse activiteiten, …. Kunnen opgelegd worden en zullen deel uitmaken van de evaluatie.

Aanwendingspercentage

Er komt geen wijziging in de aanwendingspercentages, voor geen enkele onderwijssector. Sinds 15 jaar bespaart de Vlaamse regering op deze manier miljoenen euro’s. Wij sommen even op; in het gewoon basisonderwijs wordt jaarlijks 13,5 mio bespaard, in het buitengewoon basisonderwijs 8,3 mio; in het gewoon secundair onderwijs 56,7 mio en in het buitengewoon secundair onderwijs 7,6 mio. Bovendien wordt er ook in het deeltijds kunstonderwijs (DKO) en het onderwijs voor sociale promotie (OSP) bespaard op de omkadering die volgens de regelgeving zou moeten toegekend worden. In totaal meer dan 90 miljoen euro wat overeenkomt met minstens 2500 fulltime tewerkstellingsplaatsen.

De minister is niet bereid om de aanwendingspercentages op te trekken, zelfs niet om de besparing van 2005 (950 jobs in het secundair onderwijs) ongedaan te maken. De nieuwe ambten die gecreëerd worden (zorgcoördinatie in het basisonderwijs, mentorschap, beleidsondersteuning in het secundair onderwijs, administratieve ondersteuning in het DKO en OSP) volstaan niet om de besparingen uit het verleden ongedaan te maken.

Als de Vlaamse regering nu uitpakt met een begroting voor 2007 met een overschot van 450 mio euro waarvoor ongeveer 2/3de zal dienen voor schuldafbouw en een bedrag van 160 mio dat in reserve wordt gehouden, begrijpen wij zeer goed waarom Frank Vandenbroucke zo gehaast was om de CAO-besprekingen af te ronden. De laatste tien jaar heeft de Vlaamse Regering de schuld afgebouwd van meer dan 8 miljard euro naar bijna nul euro, de besparingen op het aanwendingspercentage hebben voor 1/8ste van deze schuldafbouw gezorgd.

Voor ACOD is de manier om de werkdruk te verlagen de aanwendingspercentages verhogen naar 100% voor alle onderwijsniveaus!

Vakantiegeld

Ook het onderwijspersoneel krijgt een vakantiegeld dat 92% zal bedragen van een maandwedde, maar moet wachten tot 2011. De leden ervaren dit als een kaakslag en een gebrek aan waardering. Alle personeelsleden in de openbare sector zullen de 92% vakantiegeld vroeger verkregen hebben, ook de parlementairen en ministers.De personeelsleden in het onderwijs ervaren dit als een kaakslag en een gebrek aan waardering.

Loonsverhoging voor de selectie- en bevorderingsambten

De verdeel en heers politiek van de minister wordt in deze rubriek maximaal uitgespeeld. De verschillende verloning van directeurs basisonderwijs wordt verder gezet door deze loonsverhoging waarbij zelfs 20% van de directies basisonderwijs geen verhoging krijgen. Daarnaast blijven de directeurs in het secundair onderwijs met lesopdracht ook in de kou staan. Ook de directeurs in het CVO en DKO worden uitgesloten van een loonsverhoging, evenals hun inspectieleden. De C in CAO staat voor ACOD-onderwijs nog steeds voor ‘COLLECTIEVE’, bepaalde groepen uitsluiten is asociaal en niet te verdedigen.

De directies van een kleine basisschool gaan (begrijpelijkerwijze) trachten te ‘promoveren’ naar een grotere school omwille van de wedde. Deze ongezonde competitiviteit wordt geïnstalleerd door een minister uit een socialistische partij!

Verder gaat de minister voorbij aan een substantiële loonsverhoging voor het merendeel van de personeelsleden in een selectie- en bevorderingsambt. De meeste technisch adviseurs (coördinator), de beheerders, … blijven in de kou staan.

Geen LO in het lager onderwijs

De minister zet het volledige budget voor de uitbreiding van de tewerkstelling in het basisonderwijs in om de capaciteit voor de zorgcoördinatie te verhogen. De bijkomende uren-LO waren onbespreekbaar voor de minister, niettegenstaande in de vorige CAO was afgesproken dat de uren LO in het lager onderwijs verder dienden uitgebouwd te worden. . Nochtans zou dit een garantie zijn voor een werkdrukverlaging, met de punten zorgcoördinatie is het bang afwachten of dit daadwerkelijk resulteert in minder werkdruk.

Het vrij onderwijs wordt goed bediend

De maatregelen die vnl het katholieke onderwijs ten gunste komen (anciënniteit van personeelsleden van de gesubsidieerde internaten, gelijkschakeling van de verloning van het onderhoudspersoneel in het gesubsidieerd onderwijs, subsidiëring van de vrije internaten, anciënniteit van de ex-MST-ers, … in totaal voor om en bij de 15 mio euro) betwisten we niet. Maar een beleid dat een “gelijke lat” vooropstelt moet dan maar de nodige middelen voorzien, zonder dat uit de CAO-gelden voor alle personeelsleden van alle netten te halen.

Beleid ≠ CAO

Naast het vakantiegeld wordt ongeveer 100 mio gespendeerd aan deze 5-jarige CAO, slechts 40 mio euro wordt besteed aan eisen uit het eisencahier van het gemeenschappelijk vakbondsfront. Deze wanverhouding is onaanvaardbaar en zeker niet voor herhaling vatbaar. ACOD wenst geen ‘beleids’vakbond te worden, onze belangrijkste opdracht blijft het verbeteren van de arbeidssituatie van het personeel. Dat daardoor het onderwijs mee verbetert is voor ons een vanzelfsprekendheid, tevreden onderwijspersoneel zal sowieso beter presteren.

Conclusie

Er zijn nog CAO’s geweest (CAO VII, CAO V, …) waar de leden niet erg enthousiast over waren. Meestal was dit omdat bepaalde personeelsleden en onderwijsniveaus vonden dat er onvoldoende aandacht werd geschonken aan hun verzuchtingen. Vaak werd er toen verwezen naar de volgende CAO om deze eisen alsnog waar te maken. Door de duurtijd van 2 op 5 jaar te brengen valt dit argument weg.

Nu worden wij voor het eerst geconfronteerd met een CAO waarbij middel van de schoolopdracht de werkdruk in het secundair onderwijs zal toenemen. Dit aspect van de CAO vormde voor vele leden al een voldoende reden om deze CAO af te keuren.

ACOD is niet bereid een prijs te betalen voor deze eis van de inrichtende machten. ACOD wil zijn handen vrij houden om nog te kunnen reageren wanneer door maatregelen uit deze CAO de werkdruk op uw school toeneemt. Bovendien kan de in de loop van 5 jaar de conjunctuur gunstig wisselen en wensen wij dat het onderwijspersoneel daar mee kan van genieten in plaats van temoeten wachten tot 2011.

Wat nu?

ACOD zal de enige vakbond zijn die de CAO afkeurt. De leden op de diverse vergaderingen in de provincies hebben duidelijk aangegeven dat er omzichtig moet omgesprongen worden met de diverse actiemiddelen. Sowieso zal er eerst een sensibiliseringsactie moeten komen, via affiches en informatie verstrekt door de lokale afgevaardigden in de scholen. Op deze manier zullen de personeelsleden op de hoogte gesteld worden van wat er schort aan sommige maatregelen in deze CAO.

Vervolgens heeft ACOD de handen vrij om op het even welk ogenblik te reageren tegen de maatregelen, die wij niet kunnen aanvaarden, op het ogenblik dat ze in de praktijk worden omgezet.
Het is evenwel duidelijk dat ACOD zwaar teleurgesteld is dat een socialistische minister er geen probleem van maakt om een CAO af te sluiten zonder de ACOD.

ACOD-onderwijs, 22 september 2006

(overgenomen uit ‘ Wegwijzer’ , oktober 2006)