Creatieve projecten in het lager onderwijs

Facebooktwittergoogle_plusmail

Tjen Mampaey heeft 20 jaar les gegeven in een basisschool te Puurs. Het grootste deel van zijn carrière was dat in het zesde studiejaar. Op het einde heeft hij nog enkele jaren in het derde studiejaar gestaan. Tijdens zijn laatste jaar heeft hij een dagboek bijgehouden: reflecties over het lesgeven, hoe met kinderen omgaan, vakbondsacties van de leraren, hoe racisme aanpakken in de school,… dit resulteerde in het boek “Is het nu al tijd meester? Kroniek van een schooljaar”
In de workshop rond “creatieve projecten” maakt Tjen Mampaey eerst enkele algemene bedenkingen. Hij wil dat de volgende generatie van onderwijsmensen leert uit de fouten en successen van de huidige. Daarom staat zijn boek vol met waardevolle ervaringen die hij in de loop van die 20 jaar heeft opgedaan. Het boek heeft het ook over de zogenaamde mythen waar veel mensen mee rondlopen. Tjen Mampaey wil daar komaf mee maken en laat zien hoe het was: sec, puur, zonder franjes, de werkdruk en stress die daarmee gepaard gaat, vakbondsacties, minder geld voor het onderwijs en de consequenties die daaraan verbonden zijn.
Tjen legt de nadruk op een open, democratische sfeer in de klas. Het is belangrijk naar kinderen te luisteren, maar ook bij de leerlingen een attitude kweken om naar elkaar te luisteren. Hij hamert op het belang van een klasreglement dat opgesteld is door de leerlingen zelf. Er kruipt in het begin heel wat tijd in, maar nadien win je er veel tijd mee terug omdat de kinderen zich makkelijker aan de regels zullen houden.
Elk jaar zijn er in de school een aantal themaprojecten. Dat kan gaan over de geschiedenis van de gemeente, oorlog en vrede of een beter leefmilieu. Het komt er op aan actuele thema’s te kiezen die aansluiten bij de leefwereld van de kinderen. Tijdens deze projecten is er geen opsplitsing in leervakken, maar is er veel groepswerk. Er zijn uitstappen, interviews moeten worden afgenomen, er worden foto’s en tekeningen gemaakt, in bibliotheken en andere instellingen worden opdrachten uitgevoerd. Het punt is dat de leerlingen wel met leren bezig zijn, maar dat het op zo’n manier wordt ingekleed dat ze het zelf niet beseffen. Het leerrendement is dan veel groter. De betrokkenheid van de leerlingen is groter en ze leren zich beter te uiten.
Naast die themaprojecten is er elk jaar een totaalspektakel, voor de 120 leerlingen van het 4de, 5de en 6de studiejaar. In het kader daarvan zijn er de muzisch-creatieve namiddagen. De klasstructuur wordt doorbroken en er is een ruime keuze aan ateliers: muziek, drama, beeld,… Kinderen leren zich expressiever uit te drukken, samen zingen en dansen. Alle lichaamsmogelijkheden worden bespeeld. Theatervoorstellingen komen tot stand. Belangrijk in de organisatie van zo’n spektakel is dat ieder kind gelijkwaardig werd behandeld. Iemand die een decor heeft helpen knutselen is even belangrijk als wie voor het voetlicht toneel speelt. Alle handen zijn nodig en belangrijk. Als afsluiting toonde Tjen Mampaey de video die de kinderen zelf ineen hebben gestoken, als onderdeel van het totaalspektakel.