Weerstand bieden
Op 9 juni 2025 vond een studieavond[1] plaats naar aanleiding van een aantal recente vertalingen in het Nederlands van het werk van de Franse pedagoog Philippe Meirieu: Brief aan de beginnende leraar, Wie zit er nog te wachten op leraren? en Waarom is schrijven zo moeilijk?
Tegen de achtergrond van een aantal zorgwekkende ontwikkelingen in het Vlaams onderwijs(beleid) herinnerde Meirieu in zijn lezing Vers une École et un curriculum résistants ons aan de publieke taak van de pedagoog en het belang om weerstand te bieden.
Eén van de interventies was een Brief aan de school geschreven door Ilse Geerinck[2]. Deze brief is tevens opgenomen in een Franse vertaling Lettre à l’école op Meirieu’s eigen website, zie: https://www.meirieu.com/FORUM/forumsommaire12.htm
Brief aan de school[3]
Beste school
De afgelopen weken ben ik u weer in vele gedaanten tegengekomen. Soms in een modern jasje – witte lokalen, met tal van schermen in grote en kleine formaat, voor de miniklas of het individueel te volgen leerpad. Flexibele wanden, ergonomische stoelen, innovatieve en digitale leermethoden die het persoonlijk leren van elk kind op maat begeleiden en monitoren. Ook zag ik jou in je oude lompen, zoals de politieke overheid je weer graag ziet: banken netjes achter elkaar, gedisciplineerde lichamen; stil-zijn, armen over elkaar, rechtop zitten, kijken naar de leraar. Orde handhaving, dril en routine zodat het hoofd kan werken. Want wie online de zoekterm “leren” ingeeft, krijgt beelden van hoofden met het brein, tandwielen, een netwerk van draden, neurologische verbindingen. Kennis is vandaag een zaak van cognitieve ontwikkeling: prikkels die via het oor (auditief) en het oog (visueel) worden omgezet tot informatie in het kortetermijngeheugen en door herhaling en automatisering opgeslagen in het langetermijngeheugen.
Al dat gekwetter om gepersonaliseerd leren, cognitieve ontwikkeling en ordehandhaving vind jij, school, allemaal misplaatst. Jij bent immers de fysieke plek waar lichamen zich steeds opnieuw met en tot elkaar leren verhouden. Ik weet dat je daarom ook niet houdt van routines. Wat jij koestert, zijn rituelen. Het ritueel brengt ritme aan in de dag, de week en het schooljaar, een ritueel koestert wat belangrijk is en wat niet. Rituelen gaan om intimiteit en intensiteit, niet om automatisatie of productie. Wat van waarde is, wordt ingeschreven in het lichaam. Rituelen scheppen een lijfelijk weten en een lijfelijk geheugen. Het lichaam gaat aan de geest vooraf. We maken met lichamen rijen, we zitten zij aan zij in de kring, we zingen samen. Het ritueel vormt gemeenschap. Rituelen hebben dus geen empathie of regels nodig, ze zetten in op resonantielichamen.
Zonder rituelen roetsjen we door het leven. Er beklijft niets, alles is een snelle hap, taken en opdrachten aan de lopende band, het ene succesmoment is nog niet verteerd en de dwang naar het andere drijft ons weer voort. Hoe vreselijk moet jij school, deze cultuur niet vinden: leraren en leerlingen die uitvallen, omdat letterlijk niets meer beklijft. Omdat jij, school, niets meer om het lijf hebt.
Ik ken jou, school, het gaat jou niet om rendement en leerwinst. Ook het vervullen van individuele noden of maatschappelijke verwachtingen in termen van socialisatie en kwalificatie is jou vreemd. Jij weigert kinderen te beschouwen als consumenten, iets waarop ze steeds jonger worden aangesproken. Het gaat je niet makkelijk af om weerstand te bieden aan die consumptielogica door telkens weer aandacht te vragen voor de grote en fundamentele ‘behoeften’ van het leven: schrijven, lezen, rekenen, denken, … en samen leven. Wat voor een reis maken leerlingen immers niet die stokjes ervaren als letters, en van letters woorden maken, en woorden verbinden tot zinnen, en zinnen tot verhalen. Elke act tot schrijven heeft de potentie een metamorfose te bewerkstelligen, een gedaantewisseling die het hele lichaam en zijn betreft. In en doorheen het schrijven kan je een ander mens worden. Schrijven, lezen en rekenen zijn daarom ‘vormend’ – het is steeds opnieuw een ‘werk aan zichzelf’. Wie een boek leest, komt nooit onveranderd terug – en als je niet veranderd bent – dan heb je niet gelezen maar slechts informatie ingewonnen. Het plezier van het boek ligt in de ervaring los te komen van zichzelf en op te gaan in een andere wereld, het schrijven komt voort uit de fundamentele behoefte een spoor achter te laten in deze wereld. Hoe meer wereld er in het vizier komt, hoe minder ‘ik’. Die gedaantewisseling koester je. Jij wil niet dat iemand hetzelfde blijft, identiek.
Als school ben jij tijd en ruimte waar leerlingen kunnen kennis maken met de wereld, delen in de wereld. Jij gaat uit van een gelijkheid van intelligentsia, het vermogen dat elk kind – ongeacht zijn sociale, culturele, cognitieve, economische achtergrond, zich kan schuren aan de wereld – de letters, de getallen, symbolen, materialen – om zo zichzelf in vorm te brengen. Maar steeds opnieuw moet je aanhoren dat de onderwijstijd effectiever en efficiënter ingevuld kan worden. Effectiviteit – tijd met resultaat. Alles dat vertragend werkt, moet de schop op. Wat moet het jou toch pijn doen, al dat gerantsoeneerd op tijd: je weet als geen ander dat vorming, net zoals vriendschap, tijd is – tijd vraagt. Het gaat bij jou altijd om traagheid en resonantie in plaats van versnellen en optimaliseren. Maar nee, we horen ons vandaag te gedragen als ‘woekeraars’ – ‘beheerders van de kennis’: het moet renderen, er moet resultaat geboekt worden, zo klinkt het, en liefst zo snel mogelijk.
Ja, school, ook ik word mistroostig bij het lezen van die 998 nieuwe onderwijsdoelen die de overheid oplegt, en de Excel lijsten met leerplandoelen voor elk vak. Weet je, lieve school, ik ben gestopt met tellen, meer dan 3000 leerplandoelen waar leraren hun instructietaal op moeten afstemmen. ‘Boekhouders’ moeten ze worden.
Leerplannen zeggen ons wat iedereen moet leren, maar kennismaken en houden van de wereld, daar zetten die lijsten niet toe aan. Ik weet, lieve school, dat jij deze af te vinken lijsten walgelijk vindt. Wie bedenkt dit zelfs, in godsnaam! Wie meent dat deze files ook maar iets met jou te maken hebben, kennen je echt wel niet. Maar zo geschied het dus dat leraren getraind worden als instructeurs. Instrueren is het nieuwe leren: leraren zeggen hoe leerlingen het opgelegde wat moeten leren. Geestdodend bandwerk.
En zo word jij de plek bij uitstek waar alles functie is. Maar ‘houden’ van rekenen, ‘houden’ van lezen, ‘houden’ van schrijven, houden van ‘lesgeven’, die liefde en vitaliteit is niet opgenomen in leerplannen en curricula. Houden van begint met kijken – aandachtig hebben voor wat vreemd en oud is opdat er mogelijks iets kan beginnen leven of kan beginnen spreken. Het betekent dat leraren ook zichzelf met dat ‘iets’ willen inlaten – in plaats van aan de kant te gaan staan om te zeggen wat en hoe leerlingen het moeten doen.
Ik weet dus heus wel, lieve school, dat jij leraren koestert die niet vasthouden aan curricula en leerplannen. Zij weten dat deze instrumenten tot veel in staat zijn, behalve (dan wel) vonken doen overslaan. Elke leraar die ooit de vreugde van het leraarschap heeft mogen ervaren, treurt vandaag om jou. Ook mijn vrees is het dat er vele leraren jou snel zullen gaan verlaten. En toch blijf ik hoopvol, lieve school, dat er nog ergens figuren rondlopen die weigeren, doof-zijn voor het kabaal.
Ik begrijp je dus wel, lieve school, dat je je vandaag uitgeknepen en weggezet voelt. Om te overleven word je gedwongen je herin te richten als een fabriek: alle leerlingen dienen door hetzelfde uniforme kennisrijk-programma te gaan, en via de sorteerband – de Vlaamse Toetsen – worden ze ingedeeld op basis van kennisprestaties. De ‘kwaliteit van onderwijs’ is immers een zaak van het versterken van de kenniseconomie, investeren in breinpower (Of: de grondstof is hersencapaciteit).
Als de toekomst en de bestemming van onze kinderen vastligt, heb jij, school, afgedaan. Want als school neem je altijd de toekomst mee in handen. Een toekomst die zich aandient als oneindig veel mogelijkheden – iedereen kan alles worden; niemand is op voorhand bestemd. Jij wordt in het leven geroepen voor wie de wereld in wil trekken. Voor wie bij zichzelf wilt blijven (identiek), of voor weet waar naartoe (ideaal), kom jij, school, niet meer als geroepen.
Dus, lieve school, maak ik me wel veel zorgen om jou. Wie roept jou vandaag nog in het leven? Wie bekommert zich nog om jou?
Rond jou hangen veel experten die zich inlaten met onderwijs, leren en ontwikkelen. Maar ik weet dat jij niet houdt van expertise en, stiekem ook niet van professionaliteit. Je laaft je aan vrienden die zich bekommeren om de wereld. Die vrienden heb je, vaak niet publiek zichtbaar, maar ergens in de marge. Schoolvrienden die bereid zijn jou steeds weer tot leven te wekken. Wat zouden we anders zijn zonder liefde en vuur in deze donkere onderwijstijden?
Genegen groet van een schoolvriendin
Ilse Geerinck
- Zie: https://ppw.kuleuven.be/continue/aanbod/studieavond-ecs#programma ↑
- Ilse Geerinck is lector onderwijspedagogiek en levensbeschouwing in de Educatieve Bachelor in het kleuter- en lager onderwijs, en als onderzoeker verbonden aan het centrum Art of Teaching (Hogeschool UCLL). ↑
- Voor deze brief hebben we ons zichtbaar geïnspireerd op het werk Daniel Pennac, Byung-Chul Han, Jacques Rancière, Philippe Meirieu, Hartmut Rosa, Johann Heinrich Pestalozzi, Simone Weil, Hannah Arendt, Jan Masschelein & Maarten Simons. ↑

