Onderwijs is geen afvallingskoers Over lesdagen, studiedagen en tijdverlies.

Facebooktwittermail

 

De discussie over onderwijs wordt vandaag opvallend vaak herleid tot één simpele vraag:
“Geven we wel genoeg les?”
Meer lesdagen. Minder “lege” dagen. Minder pedagogische studiedagen. Minder tijd zonder leerlingen.

Het klinkt daadkrachtig. Het klinkt efficiënt.
Maar het is ook een gevaarlijke versmalling.

Want wie onderwijs herleidt tot aanwezigheidsminuten, mist de essentie van wat leren is en van wat een samenleving nodig heeft.

Ik draai de vraag om

In plaats van te vragen “wat werkt in onderwijs?”, stel ik een andere vraag:
Welke maatschappij hebben wij nodig – en welke school hoort daarbij?

Dat is geen theoretische luxe. Het is een politieke noodzaak.

Want onderwijs vormt mensen. Burgers. Werknemers. Medemensen.
Wie dus sleutelt aan onderwijs, sleutelt aan de samenleving zelf.

Het misverstand: leren = instructietijd

De huidige beleidslogica vertrekt van een eenvoudige rekensom:
meer lesdagen = meer leren = betere kwaliteit.

Maar leren is geen optelsom van uren.
Leren vraagt tijd om te denken, te verbinden, te oefenen, te herstellen.

Een schooldag is niet leeg omdat er geen directe instructie is.
Ze is leeg wanneer er geen betekenis is.

Pedagogische studiedagen, klassenraden, teamoverleg, evaluatie, reflectie:
dat zijn geen “dagen zonder onderwijs”.
Dat is onderwijs – maar dan op het niveau waar kwaliteit gebouwd wordt.

Wie die tijd wegknipt, zaagt niet aan de rand, maar aan de dragende balken van de school.

Wat hier werkelijk botst: twee mens- en maatschappijbeelden

Achter dit debat zitten twee radicaal verschillende visies.

De eerste visie ziet onderwijs als een wedstrijd.
Iedereen start samen. De lat ligt hoog.
Wie meekan, bewijst talent.
Wie uitvalt, “mist motivatie” of “hoort elders thuis”.

Dat is de afvallingskoers.
Efficiënt. Hard. Selectief.
En sociaal blind.

De tweede visie ziet onderwijs als een peloton.
Mensen worden gedragen.
Het tempo wordt afgestemd.
Wie dreigt af te haken, krijgt steun.
Niet om de lat te verlagen, maar om haar rechtvaardig bereikbaar te maken.

Dat is het beeld dat ik verdedig: alleen koers je snel, samen geraken we verder…

Ambitie? Ja. Maar gedragen.

Laat dit duidelijk zijn: ik ben niet tegen ambitie.
Integendeel.

Kinderen hebben recht op hoge verwachtingen, rijke kennis, intellectuele uitdaging.
Maar ambitie zonder context is geen ambitie – het is selectie.

Een hoge lat heeft alleen zin wanneer:

  • kinderen toegang hebben tot taal, cultuur en kennis
  • fouten ruimte krijgen
  • ondersteuning tijdig komt
  • teams tijd krijgen om samen te denken
  • leren niet wordt losgekoppeld van menswording

Zonder dat alles wordt de lat geen hefboom, maar een muur.

Wat verdwijnt als we “lege dagen” schrappen?

Wat men vandaag “onnodige dagen” noemt, zijn vaak precies de momenten waarop scholen:

  • ongelijkheid proberen bij te sturen
  • zorgtrajecten afstemmen
  • leerlingen bespreken die dreigen uit te vallen
  • professionaliteit verdiepen
  • samen verantwoordelijkheid opnemen

Wie die momenten reduceert, zegt eigenlijk:
“Doe het maar alleen. Doe het sneller. Doe het tussendoor.”

Dat is geen kwaliteitsbeleid.
Dat is uitputtingsbeleid.

De echte problemen blijven buiten beeld

Niemand in het onderwijs lag wakker van “te veel studiedagen”.
Waar scholen wél wakker van liggen:

  • het lerarentekort
  • de zorglast
  • de planlast
  • de complexiteit in klassen
  • de groeiende ongelijkheid

Die problemen los je niet op door leerlingen simpelweg langer op school te houden.

Meer aanwezigheid zonder meer omkadering is geen oplossing.
Het is symboolpolitiek.

Onderwijs is ook zorg, ritme en herstel

Wie ooit met jongeren werkt(e), weet dit:
leren vraagt aandacht, en aandacht vraagt herstel.

In een wereld die nooit stopt – sociale media, prestatiedruk, vergelijking –
kan school niet nóg meer versnellen zonder schade.

Een beleid dat rust verdacht maakt en pauze omschrijft als inefficiëntie,
begrijpt niet hoe mensen leren.
Of weigert het te begrijpen.

Waar ik wél voor sta

Ik pleit voor onderwijs:

  • dat inzet op kennis én denken
  • dat menswording (mens als sociaal wezen) centraal zet, niet enkel prestaties
  • dat leerkrachten ziet als professionals, niet als uitvoerders
  • dat scholen beschouwt als gemeenschappen, niet als opvangplaatsen
  • dat ongelijkheid niet naturaliseert, maar bestrijdt

Dat is geen nostalgie.
Dat is vooruitgang.

Werk mee aan “Het wandelpad naar Bevrijdend Onderwijs”

Wat ik hier voorstel, is geen afgewerkt plan.
Het is een wandelpad.
Net aangelegd. Nog hobbelig.
En alleen begaanbaar met velen.

Ik nodig collega’s, ouders, studenten, onderzoekers, vakbonden, burgers uit
om mee te denken, mee te spreken, mee te bouwen.

Niet vanuit verontwaardiging alleen,
maar vanuit een gedeelde overtuiging:

Onderwijs moet geen afvallingskoers zijn.
Onderwijs moet een peloton zijn dat weigert iemand achter te laten.

Met hoge verwachtingen.
Met diepe solidariteit.
En met de moed om te kiezen voor menselijkheid
in plaats van voor makkelijke slogans.

Ludo Merckx

Interesse : “Wandelpad naar Bevrijdend Onderwijs” – concept en uitwerking / Ludo Merckx (0485260323)

 

Ludo Merckx is onderwijzer in "De Buurt", een ervaringsgerichte basisschool in Gent