Regeerakkoord (2004-2009) voor het Franstalig onderwijs
Gezien onderwijs binnen de bevoegdheden van de Gemeenschappen een prominente plaats inneemt, ligt het voor de hand dat het onderwijshoofdstuk in het regeerakkoord van de Franse Gemeenschap een lijvig document is. Het is onmogelijk om in dit korte bestek alle onderwijsaspecten van dit akkoord tussen de Parti Socialiste (PS) en de Centre démocrate humaniste (Cdh) hier te behandelen (30 bladzijden).We zullen ons dus beperken tot de belangrijkste elementen. Ze illustreren vaak pertinent de onderwerping van het politieke beleid aan de economische machten.
We zetten de belangrijkse elementen uit het akkoord op een rijtje (in italiek) en voorzien ze daaronder van een (beknopte) commentaar. Andere bijdragen in dit dossier gaan meer in detail op sommige argumenten in.
De school aanpassen om meer jobs te scheppen?
Als de Vlaamse en de Franstalige regeringen het over één punt eens zijn dan is het wel over de sterkere band tussen de wereld van het onderwijs en die van de onderneming. Telkens luidt de verantwoording: de tewerkstelling. Er zouden niet-ingevulde betrekkingen bestaan door onder andere een "reëel gebrek aan gekwalificeerd personeel". Om deze toestand te verhelpen zou men "het aanbod van vorming en kwalificatie-onderwijs meer moeten aanpassen aan de realiteit van de arbeidsmarkt". Het gaat hier dus om "ze aantrekkelijker te maken en meer in contact te brengen met de wereld van de arbeid".
In het hoger onderwijs zal men " de sensibilisering voor het ondernemerschap moeten versterken". (citaten uit het regeerakkoord van de Franse Gemeenschap)
Onzin in de klas: SKEPP bindt de strijd aan met pseudo-wetenschappen
"Ja, da's echt een knappe leerling. Hij heeft een knobbel voor talen." Je hoort dergelijke uitspraken zo vaak onder leerkrachten. Dat is best ergerlijk. Zulke zinswendingen gaan immers terug op de frenologie, een pseudo-wetenschappelijke discipline uit de negentiende eeuw. Daarin werd verdedigd dat aanleg en karakter bepaald worden door een uitwas van bepaalde hersendelen - wat men zou kunnen vaststellen aan de vorm van de schedel, die immers speciale knobbels zou vertonen. Hier en daar kan je nog een zonderling vinden die de frenologie beoefent, maar eigenlijk werd die discipline totaal verlaten.
In ons taalgebruik zit veel pseudo-wetenschappelijke onzin vervat. Vaak zijn we ons daar niet van bewust. Met "de zon komt op in het oosten" zitten we in het lang vervlogen geocentrische wereldbeeld. En wat dacht je van "hout vasthouden!"? Bepaalde voorwetenschappelijke en pseudo-wetenschappelijke 'kennis' blijft echter wel op die manier bestaan. Ze wordt van generatie op generatie overgeleverd. En als leerkrachten al niet beter weten ...
“Bijna alle oud-premiers werken of werkten voor ondernemingen”
Voor Geuens zijn de media een onderdeel van een groter geheel, met als centrale stelling dat de globalisering niets wezenlijks heeft veranderd aan de oude tegenstellingen. Er is een dominante klasse waarbij staat, media, en andere instellingen gewoon instrumenten vormen voor het bestendigen van hun macht.
Memorandum tegen de schoolmislukkingen (mei 2004)
Op 5 mei 2004 hebben zeven Franstalige organisaties op een persconferentie in Brussel hun gemeenschappelijk "memorandum tegen de schoolmislukkingen" voorgesteld. Het initiatief ging uit van de Ligue des Droits de l'Enfant. De zes andere organisaties zijn APED (Appel pour une école démocratique), la Fédération Francophone des Ecoles de Devoirs, la Code (Coordination des ONG pour les Droits de l'Enfant) la CGé (Changements pour l'égalité), la Ligue des Familles en ATD-Quart Monde. De professoren Marcel Crahay (directeur van de dienst theoretische en experimentele pedagogie, Ulg) en Benoït Galand (psychologie en onderwijs, UCL) waren ook betrokken bij het opstellen van het memorandum.Hieronder volgt de tekst van het memorandum (vertaling: OVDS). Uw eventuele reacties (in het Frans of in het Nederlands) zijn welkom bij [ligue.droit.enfant@skynet.be] (0477/545.907) en [aped@ecoledemocratique.org] (02/735.21.29)
Kleinere klassen werken beter
De meerderheid van de leerkrachten zijn ervan overtuigd dat leerlingen beter werken en betere resultaten halen in kleine klassen. Toch zijn er ook onderwijsdeskundigen die beweren dat het aantal leerlingen per klas nauwelijks invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs. Of dat de reductie van de klas moet gepaard gaan met andere maatregelen om effect te hebben. Het Amerikaans STAR-onderzoek, dat we hier zullen voorstellen, wijst ondubbelzinnig op de voordelen van kleinere lassen.
“Tussen drie en zes jaar kan men best schoolse mislukkingen vermijden”
Als reactie op het “programma voor het leerplichtonderwijs” (1) waarin het belang van het basisonderwijs wordt onderlijnd voor schoolsucces, ontvingen we deze getuigenis van...
Programma voor het leerplichtonderwijs
Deze discussietekst werd als basis gebruikt voor een denkdag van Ovds in juni 2004. Het is geen officieel standpunt van Ovds. Dit "programma voor het leerplichtonderwijs" is een bijlage bij De school veranderen om de wereld te veranderen. Voor een goed begrip leest men beide teksten best samen.
Cijferboek HIVA: Sociale ongelijkheid in het Vlaams onderwijs
De sociale ongelijkheid is bij kleuters opmerkelijk groot en wordt alleen maar sterker gedurende de schoolloopbaan. Dat blijkt uit een onderzoek van het Hoger...
Een Luikse onderzoeker : “Bij ons staat keuzevrijheid voorop, niet de kwaliteit”
Marc Demeuse van de universiteit van Luik werkte met collega’s van andere Europese universiteiten mee aan het opstellen van indicatoren die de billijkheid van...
Kansarme gezinnen en de school
“Een mama valt bijna iedere dag de klas binnen met de boterhammen voor haar dochtertje. De onderwijzeres is geërgerd. De spanning tussen de twee...
De school veranderen om de wereld te veranderen
Deze discussietekst - geen officieel standpunt van de OVDS - kwam tot stand na de publicatie van de studie "De Belgische schoolmislukking" in juni 2003. Sommigen verweten ons toen dat we enkel feiten vaststelden maar geen echt alternatief aanbrachten. Deze kritiek is slechts gedeeltelijk juist.
Onze studie beperkte zich niet tot de vaststelling - op basis van de grote internationale onderzoeken zoals PISA - dat de kloof tussen de resultaten, en vooral hun sociale determinatie, bij ons groter is dan in de meeste andere industrielanden. Maar het is waar dat algemene oriëntaties niet volstaan om een alternatief te formuleren. Te meer omdat de problemen in het onderwijs zich niet beperken tot de kwestie van de sociale ongelijkheid (ook als dit probleem het geheel van de onderwijsproblematiek sterk markeert).
Hebben wij niet ook iets te zeggen over de inhoud van het onderwijs? Over de pedagogische praktijken? Over het welbevinden (of slecht bevinden) van leerlingen en leerkrachten? Hieronder volgen enkele pistes.
De Belgische onderwijsmislukking (PISA 2000)
In 2000 hebben onderzoekers in opdracht van de OESO vele tienduizenden leerlingen (15-jarigen) in een dertigtal landen getest op vaardigheden inzake lezen, wiskunde en...
Een vrije onderwijsmarkt: hoger onderwijs eerst voor de bijl?
“De grootste bedreiging, zowel voor de kwaliteit van het onderwijs als voor de (statutaire) positie van de leerkrachten is de toenemende privatisering. Langzaam maar...

