De regering (MR, Les Engagés) van de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB) kondigde van bij haar aantreden in het najaar van 2024 zware besparingen aan in het onderwijs. Het antwoord van de onderwijsvakbonden liet niet op zich wachten. Tussen november 2024 en april 2026 organiseerden zij een tiental grote actiedagen (manifestaties, stakingen, ludieke acties in de scholen). Vanaf half mei 2026 werd, in het vooruitzicht van de nakende stemming van een onheilspellend decreet, een stevig tandje bijgestoken. CSC-Enseignement, SEL-Setca, CGSP-Enseignement dienden een stakingsaanzegging aan vanaf 18 mei. Sindsdien zijn vele honderden scholen in staking, sommige voor enkele dagen, andere voor lange tijd. Allerlei acties volgen elkaar op. De stemming van het decreet in het parlement op 4 juni maakte geen einde aan deze zelden geziene strijdbeweging.
Context: een budgettair keurslijf
Om de context te begrijpen waarin het Franstalig onderwijs zich bevindt, is het boek “A l’école du capitalisme” van Cécile Gorré en Nico Hirtt een nuttige gids. Het Franstalig onderwijs is geen eiland en ontsnapt niet aan de impact van de grote economische ontwikkelingen en de maatregelen die in de strategische beslissingscentra van het Europese en wereldkapitalisme worden genomen.
Eén van deze fundamentele ontwikkelingen is de definanciering van het onderwijs. In België is het onderwijsbudget in verhouding tot het bbp gedaald van 7% in 1981 tot minder dan 6% vandaag. Na zware besparingen in de jaren ’80 door de regeringen Martens-Gol-Verhofstadt, zorgde de communautarisering van het onderwijs in 1989 voor een structurele inkrimping. De financieringswet van 1989 die de overdracht van federale middelen naar de Gemeenschappen regelt, voorzag niet in een aanpassing van deze dotaties aan de groei van het bbp en ook niet aan de groei van het aantal studenten in het hoger onderwijs. In feite was het dus een “definancieringswet” die automatisch leidde tot een vermindering van de middelen per leerling of student. Het Franstalig onderwijs werd zwaarder getroffen dan het Vlaams onderwijs omdat de Vlaamse regering, door de fusie van het Gewest en de Gemeenschap, middelen uit het fiscaal rijke Vlaamse Gewest op grote schaal naar het onderwijs kon overhevelen.
Grote acties van Franstalige leerkrachten in 1990 en 1996 en van studenten in 1994 leidden tot een overheveling van de tv-taks naar de Gemeenschappen halfweg de jaren ’90 en een overdracht van 1 miljard euro na het Lambermonakkoord (in Franstalig België “Accord Sainte Polycarpe” genoemd) van 2001. Dit akkoord wijzigde ook de verdeelsleutel voor de verdeling van de federale dotaties aan het Vlaams en Franstalig onderwijs. Naast “leerlingenaantal” kwam er een nieuw criterium: de “capacité contributive”, ttz het aandeel in de personenbelasting per capita van Vlaanderen en Wallonië (Brussel wordt voor 20 procent bij Vlaanderen en voor 80 procent bij Wallonië geteld). Aangezien de personenbelasting per persoon in Vlaanderen gemiddeld hoger ligt (de inkomens liggen hoger en de werkloosheid lager) bevoordeelt deze nieuwe verdeelsleutel het Vlaams onderwijs. Door het Lambermonakkoord kregen zowel het Vlaams als het Franstalig onderwijs nieuwe middelen, maar het Vlaams onderwijs net iets méér. Aangezien de regering van de Communauté française – omgedoopt tot Fédération Wallonie-Bruxelles – zelf geen belastingen kan innen en afhangt van federale dotaties die ontoereikend zijn, zit ze in permanente geldnood. De herfinanciering van het Franstalig en Vlaams onderwijs is noodzakelijk.
Een lange aanloop
De huidige beweging komt niet uit de lucht gevallen. Vanaf 2022 protesteerden leraren massaal tegen het beleid van de vorige onderwijsminister, Caroline Désir (PS). Zij hekelden de verslechtering van hun arbeidsomstandigheden en vroegen kleinere klassen. Ze betwistten de invoering van een decreet “évaluations – sanctions” dat de deur openzet voor onrechtmatige ontslagen. Ze verzetten zich tegen de administratieve overbelasting als gevolg van nieuwe managementhervormingen.
Bij het aantreden van de nieuwe regering (MR, Les Engagés) met onderwijsminister Valérie Glatigny (MR) wordt snel duidelijk dat het beleid weinig goeds voorspelt voor het onderwijs als emancipatorische openbare dienst, voor de leerlingen uit volksmilieus en voor leerkrachten, zowel wat betreft hun statuut als hun arbeidsomstandigheden.
De regering rolt in 2025 een eerste batterij besparingsmaatregelen uit. Afschaffing van 7de jaren bso en “technique de qualification” (In het Franstalig onderwijs worden de studierichtingen van het tso ingedeeld in “kwalificatie” en “doorstroom”) en doorverwijzing van “achterblijvende” leerlingen naar het volwassenenonderwijs. De middelen voor bijscholing van de leerkrachten worden ingekrompen.
De huidige maatregelen
De tweede reeks hervormingen volgt in 2026 met het “décret-programme 2”.
– Leerkrachten in het hoger secundair onderwijs moeten 22 in plaats van 20 uren presteren. Zonder loonsverhoging. Hierdoor zouden ongeveer 1350 voltijdse equivalenten hun baan kunnen verliezen.
– Het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs wordt opgetrokken van 835 euro (of van een lager bedrag in het geval van beursstudenten) naar 1194 euro (beursstudenten behouden een lager tarief). 58 procent van de studenten zouden de volle pot moeten betalen.
– Vastbenoemden die ziek worden zullen na uitputting van hun “ziektedagen” (in het Franstalig onderwijs kan men per gewerkt jaar 15 ziektedagen opsparen, in het Vlaams onderwijs 30) op de ziekenkas komen met een vergoeding ten belope van 60% van het loon. (Nu 80% en vervolgens 70%).
– De subsidies voor gratis of goedkope schoolmaaltijden worden verminderd.
– Er was afgesproken (in het kader van het Pacte d’excellence) dat de scholen in het basisonderwijs stap voor stap de noodzakelijke schoolbenodigdheden gratis zouden verschaffen. De regering schroeft deze subsidies terug zodat de ouders meer zullen moeten betalen.
– Het einde van de gratis toegang tot het dko (deeltijds kunstonderwijs) voor kinderen beneden de 12 jaar, waardoor verschillende instellingen het risico lopen te moeten sluiten.
Het regeerakkoord voorziet ook in de afschaffing van de vaste benoeming voor de nieuwe leerkrachten. Dit betekent een ingrijpende aanval op het ambtenarenstatuut dat behalve job- en loonzekerheid, een betere bescherming tegen eventueel machtsmisbruik vanuit de inrichtende macht of directies en tegen ongeoorloofde inmenging van buiten uit, ook een hoger nettoloon, een betere financiële regeling bij ziekte en een hoger pensioen garandeert. Vooral voor de MR is de aanval op de vaste benoeming een ideologische obsessie. Door het vakbondsprotest heeft de regering dit voornemen nog niet geconcretiseerd in een ontwerpdecreet. De aarzeling binnen de regering wordt ook ingegeven door het feit dat een vastbenoemde leerkracht minder weegt op het onderwijsbudget van de Gemeenschapsregering (omdat de patronale bijdrage voor de Sociale Zekerheid op het loon van een vastbenoemde lager uitvalt en omdat de ambtenarenpensioenen ten laste zijn van de federale Sociale Zekerheid).
Het verzet groeit
Lente 2026. De Franstalige leraren zijn al maandenlang – eigenlijk jarenlang – gemobiliseerd maar in het vooruitzicht van de stemming van het “décret-programme 2” wordt de druk op de regering opgevoerd. De intensivering van de beweging is het resultaat van het langdurig volgehouden werk van de onderwijsvakbonden. Een extra impuls komt er door de opkomst van een nieuwe alternatieve actiegroep “Mars Attacks”. Gestart vanaf maart 2026 in enkele Brusselse scholen nemen een aantal activisten het initiatief om korte werkonderbrekingen, ludieke acties (bv collectief toetsen verbeteren op een publieke plaats) op te zetten en om op te roepen tot acties van burgerlijke ongehoorzaamheid (bv een administratieve staking door geen documenten naar het Departement Onderwijs te sturen). Hun motto: het is gewoon onmogelijk door te werken alsof er niets aan de hand is, terwijl dergelijke bezuinigingsmaatregelen in de maak zijn.
In de loop van april-juni sluit een groeiend aantal scholen zich aan bij dit collectief. Ongeveer 300 tegen half juni. Samen met delegees van de vakbonden worden de krachten gebundeld om symbolische en strijdbare acties uit te breiden. Wanneer CSC-Enseignement, SEL-Setca, CGSP-Enseignement een stakingsaanzeg indienen vanaf 18 mei, neemt het verzet een hoge vlucht. Het aantal kleine en grotere acties is niet meer te tellen. Symbolische en ludieke acties per school of met naburige scholen samen, uitdelen van pamfletten, initiatieven naar de ouders, plaatselijke en regionale optochten, betogingen, .. En natuurlijk: een brede stakingsbeweging.
Deze dubbele dynamiek van vakbonden en actiegroepen zoals Mars Attacks vormt de voedingsbodem die de militante leraren nodig hebben om hun creativiteit te verdubbelen, zodat ze gezien en gehoord zouden worden en het personeel en het publiek bewust kunnen maken van de ernst van de geplande aanvallen.
Aangezien de bezuinigingen niet alleen de leerkrachten treffen en een goed gefinancierd onderwijs in het belang is van iedereen, heeft de beweging zich inmiddels uitgebreid naar een groot aantal leerlingen, studenten, ouders en zelfs schoolbesturen. De SEGEC (die de inrichtende machten van het vrije onderwijs vertegenwoordigt) oefent druk uit op Les Engagés, haar historische bondgenoot, om op hun schreden terug te keren. De FEF (federatie van Franstalige studenten), de ouderverenigingen FAPEO en UFAPEC en allerlei sociale organisaties ondersteunen de strijd van de leerkrachten.
Overhaaste stemming in het parlement. Regeringspartijen in paniek
De decretale regels voorzien dat een ontwerp van programmadecreet eerst moet worden besproken in de commissie Begroting alvorens het kan worden ter stemming voorgelegd in de plenaire vergadering van het parlement van de Fédération Wallonie-Bruxelles. Op 1 juni kwam deze commissie voor de derde maal samen nadat de oppositiepartijen PS, PTB en ECOLO al meermaals amendementen hadden ingediend waarvoor het advies van de Raad van State werd gevraagd. De regeringspartijen weigerden om te wachten op het advies van de Raad van State. Alsof deze “nieuwe interpretatie” van het parlementair reglement niet genoeg was, besloten de regeringspartijen de stemming in de plenaire zitting te forceren op 4 juni. Minder dan 84 uren – de wettelijke minimumtermijn tussen een zitting van de commissie en een plenaire zitting van het parlement – na de commissie . Heel wat juristen en grondwetspecialisten hebben deze inbreuk op de parlementaire regels veroordeeld. Na een debat van 14 uren werd het decreet ’s morgens om 4u met een krappe meerderheid door de regeringspartijen goedgekeurd.
De plenaire vergadering die op donderdag 4 juni 2026 werd gehouden, ging gepaard met een enorme mobilisatie in de straten van Brussel, met duizenden demonstranten voor de poorten van het Parlement en in de belendende straten nadat de politie de straat voor het parlement had ontruimd. Hoewel de media-aandacht onevenredig gefocust was op rellen en vandalisme in de omgeving van het Centraal Station door een kleine groep figuren in de marge, blijft het een feit dat een overweldigende, vreedzame meerderheid van leerkrachten, leerlingen, ouders en vertegenwoordigers van andere sectoren die door de hervormingen worden getroffen, op een krachtige en zichtbare manier, zoals zelden tevoren, hun fundamentele verzet hebben uitgedrukt tegen de maatschappijvisie die uit dit nieuwe decreet spreekt.
De strijd gaat verder
De regering hoopte dat de parlementaire goedkeuring van het decreet het einde zou inluiden van de mobilisatie in de onderwijssector. Dit bleek niet het geval. Heel wat scholen bleven dicht door staking en op vele plaatsen werden symbolische acties en demonstraties georganiseerd. Op 8 juni organiseerde Mars Attacks, samen met syndicale afdelingen en met de steun van 40 organisaties uit het middenveld, een betoging in Brussel om te protesteren tegen onrechtmatig en brutaal politiegeweld tegen leerkrachten en leerlingen. Enkele tientallen advocaten waren in toga aanwezig aan het Justitiepaleis – waar de betoging vertrok – om hun steun te betonen. Op initiatief van enkele leerkrachten werd een crowdfunding opgezet om het decreet juridisch aan te vechten voor het Grondwettelijk Hof. Op minder dan 48 uren was reeds meer dan 100.000 euro bijeengehaald.
Op 19 juni moesten alle secundaire scholen in het Franstalig onderwijs de centrale toetsen CE1D (einde eerste graad) en CESS (einde zesde jaar) organiseren. Op sommige plaatsen kwam het tot protestacties. De vakbonden vroegen dat deze toetsen dit jaar zouden worden afgelast. De minister weigerde maar een aantal scholen, vooral in Luik, Verviers, Brussel hebben deze centrale toetsen niet georganiseerd. Er zijn ook scholen die aankondigen dat ze de resultaten van deze toetsen niet zullen doorgeven aan het Departement Onderwijs.
De oppositiepartijen PS-PTB-ECOLO hebben twee voorstellen van decreet ingediend om de verhoging van het inschrijvingsrecht in het hoger onderwijs en de verhoging met 2 lesuren van de prestatienoemer in het hoger secundair onderwijs ongedaan te maken. De behandeling van deze decreten in de commissies (22 juni) en in de plenaire vergadering (8 juli) van het parlement van de FWB zal wellicht gepaard gaan met nieuwe manifestaties. Er zijn nog andere manifestaties aangekondigd in de komende weken. En een staking op 24 augustus, de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar.
Hadrien Van Eerdewegh (19 juni 2026)

