Eric De Witte: kennis is een voorwaarde om structuren te begrijpen, ongelijkheid te herkennen en onrecht te benoemen

Ik had een lang gesprek met Eric De Witte: onderwijzer, schrijver van wiskundemethodes, pedagogisch adviseur en een man met een uitgesproken sociaal rechtvaardigheidsgevoel. We verschillen op heel wat vlakken van stijl, aanpak en biografie, maar we delen een diepe overtuiging: onderwijs moet kinderen vormen tot zelfstandige, kritisch denkende, humane mensen en dat kan alleen op basis van stevige kennis, bewuste begeleiding en een brede, sociale blik. In wat volgt verwerk ik enkele belangrijke accenten uit dat interview, niet als losse citaten, maar als een samenhangende aanvulling op wat ik schreef over ‘de brug tussen kennis en emancipatie’, het derde accent in mijn Wandelpad (1).

Kennis als fundament voor denken en algemene vorming

Eric blikt terug op zijn jaren als onderwijzer in het zesde leerjaar. Zijn kernopdracht omschrijft hij als leerlingen vormen tot zelfstandige, zelfsturende, kritisch denkende jongeren, die hun plan kunnen trekken in hun verdere studies én in het leven als volwassene. Hieraan is onlosmakelijk een grondige algemene vorming verbonden: “Ik vind het belangrijk dat ze tot humane jongeren gevormd worden, en dat we niet altijd het ‘nuttige’ vooropstellen.”

Hij vreest/waarschuwt voor het eenzijdig inzetten op ‘datgene wat de maatschappij nodig heeft’. Uiteraard heeft onze samenleving sterke technische en wetenschappelijke profielen nodig omdat onze hersenen (in België) onze gouden grondstof is. Maar hij pleit voor een algemene, harmonieuze vorming waarbij wordt gestreefd naar een evenwichtig aanbod van Nederlands, Frans, wiskunde, wetenschap en techniek, aardrijkskunde, geschiedenis, muzische vorming, ICT, lichamelijke opvoeding en leren leren.

En kennis is bouwstof voor het ontwikkelen van vaardigheden, attitudes en competenties, denken, voor historisch begrip, voor verbeelding en voor maatschappelijk inzicht.

Wanneer geschiedenis en muzische vorming naar de marge verdwijnen, verdwijnt tegelijk een belangrijk stuk van de conceptuele en culturele bagage die kinderen nodig hebben om te kunnen denken over mens en maatschappij.

Niveaudaling en denkfouten over leren

Een tweede belangrijk spoor in ons gesprek is zijn analyse van de niveaudaling in taal, wiskunde, wetenschappen en zelfs muzische vorming. Hij verwijst daarbij naar verschillende onderzoeken en naar een artikel (“Daling van het niveau: hoe is het zo ver kunnen komen?”, Olivier Mottint, De democratische school, nr. 99, september 2024) dat ‘enkele oorzaken’ opsomt. Enkele voorbeelden:

  • te weinig aandacht voor automatiseren en memoriseren: basiskennis die niet meer paraat is, maakt denken wankel
  • te weinig formaliseren en structureren: kennis wordt niet genoeg geordend, begrippen worden te weinig uitgewerkt
  • te snel overschakelen naar mentaal (abstract) niveau: nadelig voor kinderen die in concrete ervaringen denken, vaak kinderen uit arbeidersmilieus en laag-SES-gezinnen
  • een cultuur van relativering: “Moeten ze de tafels nog kennen?”
  • een verlaging van cognitieve ambities
  • het overdreven benadrukken van zelf ontdekken en zelf leren, zonder dat het denken geleid en benoemd wordt.

Daarom is de combinatie van kennisopbouw én begeleid denken zo belangrijk. Wie denkt dat kennis ‘er wel komt’ via projecten, werkvormen en zelfstandige opdrachten, komt in de praktijk tot de vaststelling: de leerlingen die de school het hardst nodig hebben, vallen het eerst uit de boot.

Collective teacher efficacy, de kracht van een team dat gelooft in kinderen

Eric verwijst naar het we(rk van John Hattie en de analyses van onderwijseffecten. Hij haalt vooral één begrip naar voren: collective teacher efficacy; het geloof van een lerarenteam dat het leerlingen écht vooruit kan helpen.

Volgens Hattie is dat de factor met de grootste impact op leren: sterker nog dan individuele feedback of andere didactische ingrepen. In Erics woorden: een team dat gelooft dat kinderen vooruit kunnen, maakt vooruitgang mogelijk. De omgekeerde beweging is helaas even waar: waar defaitisme groeit (‘die zijn daar te zwak voor’, ’het zijn allochtonen’), kan de lat onbewust verlaagd worden.

Zo kunnen we het volgende stellen:

  • ‘Denken‘ aanleren is geen individuele heldendaad van één leraar.
  • Het vraagt een schoolcultuur waarin het team gelooft dat elk kind recht heeft op ambitieuze kennisdoelen en op begeleiding in denken.
  • De brug tussen kennis en emancipatie is niet alleen pedagogisch, maar ook collectief en cultureel.

Eric voegt nog toe: “Gelukkig hebben we nu in Vlaanderen expertisecentra die een evidence informed aanpak in het onderwijs stimuleren om het leren van leerlingen te versterken vanuit internationaal (en dus ook Vlaams) wetenschappelijk onderzoek. Ik denk aan ‘Leerpunt’ en ‘Expertisecentrum Onderwijs en leren’ van de Thomas More-hogeschool.”

Projecten, muzische vorming en de nood aan structuur

Zowel Eric als ikzelf hebben veel ervaring met projectwerk, met schrijven, lezen, geschiedenis, poëzie, muzische opdrachten. In ons gesprek benoemt hij de spanning tussen het feit dat projecten ongelooflijk krachtig kunnen zijn voor motivatie, samenwerking en betekenis maar dat ze niet automatisch cognitief rijk zijn.

Eric vertelt hoe hij scholen begeleidde waarin het muzische sterk ondermaats was en hoe de inspectie daar terecht druk op zette. Dat zette positieve bewegingen in gang: scholen gingen het muzische serieuzer nemen, breder invullen dan ‘tekenen’ en ‘liedjes’ en anders evalueren en rapporteren over proces en product enzovoort. Tegelijk merkt hij op dat die extra nadruk bij sommige teams leidde tot een onbedoelde verzwakking van aandacht voor taal en wiskunde – niet als dé oorzaak, maar als één factor tussen vele.

Projecten en muzische opdrachten zijn dus zeker waardevol, maar ze moeten ingebed zijn in inhoudelijke kennis en expliciete denkstappen. Zonder die inbedding blijven ze vooral organisatorische of expressieve activiteiten. De kracht zit dus in de wisselwerking: project → denken → kennis → terug naar project. Projecten zijn geen vervanging voor systematische kennisopbouw, maar een context waarin die kennis betekenis krijgt.

Taal, laag-SES-leerlingen en de valkuil van eenzijdige taalopvattingen

Eric keert herhaaldelijk terug op taal en kansengelijkheid. Hij benadrukt dat kinderen uit laag-SES-milieus vaak in precaire situaties opgroeien, en dat taal daar een doorslaggevende factor in is. Enkele accenten die hij legt:

  • expliciet inzetten op taal vanaf de kleuterschool is essentieel
  • ouders moet je niet straffen of verplichten thuis Nederlands te spreken;
    een gezin dat sterk is in de eigen taal kan beter competenties en ervaringen in die taal aanreiken dan in gebrekkig Nederlands
  • discussies over het ‘taalbad’ moeten genuanceerd gevoerd worden: hij wijst op voorbeelden uit andere landen en op concrete scholen waar hybride werkvormen (deels taalonderwijs, deels klaswerking) goed werken.

Hij wijst er vooral op dat direct op mentaal niveau starten (‘alles meteen in de hoofden’) nadelig is voor kinderen die nog voornamelijk concreet denken.

Het bevestigt opnieuw: wie geen denktaal bezit, kan moeilijk mee in abstracte leerprocessen. Kinderen moetenleren denken: ze hebben begrippen nodig als oorzaak-gevolg, structuur, variabele, eigenschap, hypothese. Zonder die denktaal kunnen ze moeilijk abstraheren, vergelijken, verbanden leggen. Daarom moet taal bewust en expliciet aangebracht worden, niet alleen als communicatiemiddel, maar als instrument van inzicht.

Emancipatie, bevrijding en sociale rechtvaardigheid

In zijn beginjaren liet Eric zich sterk inspireren door bevrijdingstheologen, door figuren als Romero en Ernesto Cardenal, en door het werk van Paulo Freire. Hij integreerde dat in zijn godsdienstlessen én later in zijn klaspraktijk: het koppelen van bijbelverhalen en actualiteit, het tonen van de strijd van gewone mensen onder onderdrukkende regimes, het verbinden van de christelijke boodschap met rechtvaardigheidsdenken. Die achtergrond maakt dat zijn visie op kennis nooit neutraal is. Kennis dient niet in de eerste plaats om ’individueel succes’ op school en/of de arbeidsmarkt te behalen, maar ook om te delen met anderen, om in gesprek te gaan met anderen, ook andersdenkenden, om in te zetten in de school- en werksituatie, samen met anderen. En kennis is een voorwaarde om structuren te begrijpen, ongelijkheid te herkennen en onrecht te benoemen.

Zelf zou ik er dit aan toevoegen: denken is geen decoratief doel, maar een vorm van verzet. Het stelt jongeren in staat om niet alleen te ‘functioneren’, maar om mee te denken, te twijfelen, alternatieven te zien, en zich bij anderen aan te sluiten in strijd voor rechtvaardigheid.

De druk op scholen: beleid, decreten en het gebrek aan rust

Tenslotte hadden we het over de structurele overbelasting van scholen. Eric somt op: M-decreet en ondersteuningsdecreet; decreet leerlingbegeleiding; nieuwe eindtermen, nieuwe leerplannen, nieuwe minimumdoelen; centrale toetsen; telkens nieuwe accenten bij elke minister.

Scholen krijgen te weinig tijd om iets echt te implementeren. Een leerplan vraagt jaren werk; methodes worden door mensen gemaakt ‘in weekends en ‘s avonds’. De opdrachten voor de begeleidingsdiensten breiden uit en worden complexer. Daar bovenop komt de toename van gedragsproblemen, de complexiteit van inclusie, de uitdagingen rond radicalisering in sommige stedelijke scholen, en natuurlijk het lerarentekort. In zo’n context vragen scholen – terecht – om rust.

Willen we “leren denken” als een “brug” zien, dan moeten we voor ogen houden dat diep leren denken, kennis opbouwen, transfer begeleiden, taal van het denken aanreiken… tijd, stabiliteit en werkbare omstandigheden vraagt. En dat een visie geen kwestie is van goede wil alleen; ze vraagt politieke, structurele en organisatorische steun.

Een andere weg, vanuit verschillende biografieën

Wat mij in het gesprek met Eric De Witte trof, is hoe twee verschillende trajecten – zijn meer tot in de puntjes geplande en gestructureerde praktijk, en mijn eigen weg vanuit projectwerking, arbeid, creatie en sociale strijd – uiteindelijk naar dezelfde inzichten leiden:

  • dat kennis geen ballast is, maar de bouwstof van denken
  • dat denken aangeleerd en begeleid moet worden, vooral voor wie niet van thuis uit met die denktaal wordt grootgebracht
  • dat projecten en muzische vorming krachtig zijn, maar structurele kennis nodig hebben om meer te zijn dan bezigheid
  • dat teamcultuur en geloof in kinderen essentieel zijn
  • dat emancipatie, sociale rechtvaardigheid en kritisch denken geen aparte thema’s zijn, maar de kern van een onderwijsvisie.

Kortom, een brug tussen verschillende onderwijspaden en praktijken die elkaar herkennen in één gedeelde overtuiging: onderwijs moet goed zijn voor elk kind – en dat vraagt kennis, denken, moed én solidariteit.

Ludo Merckx

(1) De “Wandeling naar Bevrijdend Onderwijs” is een organisch project dat Ludo Merckx qua denken en qua vormgeving verder wil uitwerken met jouw hulp, met allerlei mensen in en buiten het onderwijsveld, student, leerkracht of sociaal activist. Wil je meer weten over dit project dan kan je contact met hem opnemen via telefoon of mail: 0485/260323 – lutlud@yahoo.com

 

Ludo Merckx is onderwijzer in "De Buurt", een ervaringsgerichte basisschool in Gent