Leidt de hervorming Moratti finaal naar de privatisering ? (Italië)

Facebooktwittergoogle_plusmail

Met het aan de macht komen van Silvio Berlusconi is de minister van « Openbaar Onderwijs » minister van « onderwijs » geworden. Deze keuze hangt samen met het centrum-rechts regeringsbeleid inzake onderwijs waarvan de hervorming van onderwijsminister Letizia Moratti het sluitstuk is.

Men moet er op wijzen dat, als Moratti het privatiseringsproces in het onderwijs tot zijn funest einde wil doorvoeren, deze richting reeds was ingeslagen onder de voormalige minister van de Ulivo (« Olijfboom », centrum-linkse coalitie), Luigi Berlinguer. Een van de voorwaarden die door de Partito Populare (deel van de vroegere Christen-Democratische Partij) was gesteld om toe te treden tot de coalitie van Romano Prodi, was de « gelijkwaardigheid « van de openbare en de private (vooral katholieke) scholen. Het project van Berlinguer om de lat gelijk te leggen heeft de poort opengezet voor de daaropvolgende initiatieven van Letizia Moratti, zoals ondermeer een extra financiering van de private scholen met 30 miljoen euro, terwijl in de openbare scholen op het strikt noodzakelijke werd bespaard.

Leven en dood van een progressief onderwijs

De Moratti-hervorming is de laatste stap van de privatisering en van de restauratie van het « klasse-onderwijs » in Italië. De verplichte gemeenschappelijke stam van het Italiaans secundair schoolsysteem werd ontworpen in 1963. Tot dan toe was de eerste cyclus van de secundaire school gesplitst in drie onderwijsvormen: beroepsopleiding op het niveau van de arbeiders (avviamento), beroepsopleiding op het niveau van niet- gespecialiseerde bedienden (commerciale) en tenslotte academische vorming met het oog op toegang tot het lyceum en de universiteit (scuola media). De scuola media unificata (eengemaakte middenschool) kwam tot stand vanuit de stuwing naar meer gelijkheid in een maatschappij in volle economische expansie. De arbeidersstrijd tegen sociale discriminaties speelde hierin een doorslaggevende rol. Samen met de invoering van de gemeenschappelijke stam in het secundair leerplichtonderwijs werd ook de regel ingevoerd om de leerlingen automatisch in te schrijven in de dichtstbij gelegen school. Een belangrijke factor om ongelijkheid tussen de scholen te vermijden (zie in dit verband de studie « De Belgische schoolmislukking » gepubliceerd in De democratische school,juni 2003).

Deze regel werd in het begin van de jaren ’80 afgeschaft. Veel inrichtende machten maakten er gebruik van om van hun school een elite-instelling te maken (door de invoering van een tweede vreemde taal, zwemmen, ateliers « naar keuze » enz.). Deze politiek leidde tot de uitsluiting van « moeilijke » leerlingen en migranten en bracht in vele scholen getto-vorming teweeg. De situatie werd later nog verergerd met de invoering van de zogenaamde « autonomia scolastica » (autonomie van de scholen) door minister Luigi Berlinguer. Elke instelling is een « onderneming » geworden, geleid door een directeur-manager met ruime bevoegdheden en met een salaris dat meer dan het dubbele van dat van de leraren bedraagt. De scholen verkregen bovendien de vrijheid om met sponsors te werken en om een deel van het leerprogramma te wijzigen. De « concurrentie » tussen de scholen om financiële middelen en hulpmiddelen van buitenaf te vinden en om zoveel mogelijk inschrijvingen van leerlingen te boeken is de algemene regel geworden. Dit alles was slechts mogelijk door de instemming van de vakbonden die het « overleg » hoog in het vaandel dragen (CISL,UIL,en vooral de CGIL, die het dichtst bij de DS staat, de partij van Berlinguer). Door deze diepgaande hervormingen was de weg voor de centrum-rechtse regering van Berlusconi reeds gebaand.

De hervorming Moratti

De hervorming van minister Moratti voorziet een vermindering van de schooltijd. Dit zal in de gemeenschappelijke stam (acht jaren) leiden tot minder mogelijkheden om leerlingen die het nodig hebben individueel te helpen. Het zal waarschijnlijk leiden tot het (grotendeels) verdwijnen van sommige vakken (zoals bv. muzikale opvoeding) die eventueel zullen worden vervangen door lessen of ateliers die facultatief zijn … en betalend. Bovendien maakt de hervorming Moratti een einde aan 25 jaar pedagogische vernieuwingen en experimenten in het Italiaans onderwijs. Achter de demagogische façade van de door Berlusconi zo gekoesterde drie « i’s » – informatica, inglese, impresa (informatica, Engels, onderneming) – schuilt de triestige realiteit van de afschaffing van de projecten tegen schoolse mislukkingen en voor de integratie van jonge migranten en gehandicapten (projecten die het Italiaans onderwijs tot eer strekten).
Het is echter ironisch te zien dat de financiële voordelen die aan de private scholen worden toegekend en de verminderde financiering die aan de openbare scholen wordt opgelegd de verwezenlijking van de fantasieën van Berlusconi bijna onmogelijk maken: er is geen geld voor de computers of voor de leraars in vreemde talen.

Het meest verontrustende is de voortijdige selectie van de schoolloopbaan van de leerlingen. Op 13 jaar moeten de jongens en meisjes (met de hulp van de leerkrachten) hun keuze maken: ofwel verder school lopen in een van de lycea die in de hervorming voorzien zijn (klassiek, menswetenschappen, wetenschappen, technologie, economie, muziek, artistiek, talen), ofwel een beroepsopleiding.. De kloof tussen de programma’s en de geboden perspectieven van beide parcours is onvoorstelbaar groot. De lycea, die gecentreerd zijn op de culturele vorming, openen de deuren van de universiteit. Het parcours dat in de beroepsopleiding is voorzien, is sterk gericht op de samenwerking met de bedrijven, al sluit het in theorie de toegang tot de universiteit niet uit. De bedrijven kunnen op diverse wijzen ingeschakeld worden in deze beroepsopleiding: stages, alternerend leren en werken (vanaf 15 jaar) of leercontract (opleiding in het bedrijf). Het is evident dat de leerlingen die naar de beroepsopleiding worden georiënteerd er niet meer zullen uit geraken, al voorziet de wet « bruggen » tussen de twee onderwijsvormen van de hogere cyclus. Het is niet moeilijk om van het lyceum naar de beroepsschool over te gaan maar het omgekeerde is nagenoeg onmogelijk. De « hogere beroepsopleiding » die men aankondigt, lijkt eerder te zijn bedacht als een uitweg om diegenen die uit de lycea zijn buitengesloten hun schoolloopbaan buiten de universiteit te laten verderzetten. De hervorming Moratti voorziet dus de forse terugkeer naar de sociale discriminaties die in de loop van de jaren ’60 in vraag werden gesteld.

Een ander gevaarlijk aspect van de hervorming betreft de keuze van de vakken en de leerprogramma’s. Bovenop een kern van basiskennis die voor heel Italië zal gemeenschappelijk zijn, zullen de regio’s het recht hebben om de schooltijd op te vullen met vakken en onderwerpen die van « lokaal belang » zijn. Deze mogelijkheid heeft de vreemdelingenhaters van de Lega del Norte van minister Umberto Bossi al aan het dromen gezet over de invoering van het onderricht van de dialecten, van de « lokale tradities », met inbegrip van de typische streekgerechten. Het echte gevaar van deze wet schuilt echter niet zozeer in de folkloristische uitspattingen van Bossi, dan wel in de mogelijkheden om de banden met de ondernemingen sterk aan te halen zodat deze een grote invloed verwerven in de scholen, vooral in de beroepsopleiding. Zo wordt een systeem in vraag gesteld dat de dubbele verdienste had van bij te dragen tot de Italiaanse burgerzin en gelijke kansen te bieden aan de jongeren van de verschillende regio’s.

Een ander aspect dat niet mag vergeten worden is de herinvoering van de quotering voor gedrag die zal bepalend zijn bij de beslissing over overgaan naar een hogere klas of overzitten. Dit is het zwaard van Damocles voor de « moeilijke » leerlingen van de voorsteden.
De volgende faze die door Letizia Moratti is aangekondigd betreft de herziening van het statuut van het lerarenkorps. De leraars zullen onderworpen worden aan politieke controles rond de inhoud van hun onderwijs en rond de manier waarop ze de klas in de hand houden. Dit zal de macht van de directeurs versterken en eindigen met de precarisering van de leraars in hun taak.

Een straaltje hoop

Zoals vele andere wetten van de regering Berlusconi is ook de hervorming Moratti een kaderwet waarvan men enkel de hoofdlijnen heeft bepaald en die moet worden aangevuld met decreten en ministeriële omzendbrieven. Een manier om de confrontatie met de parlementaire oppsitie te vermijden maar die een boomerang-effect kan hebben. Elk decreet leidt immers tot protesten van de leerkrachten, de studenten en de ouders. De mars van de hervormingen kan voor Letizia Moratti nog een calvarie worden.

Maurizio Disoteo
Leraar in de Scuola de Animazione Musicale te Luik