Irak: De grote sprong achterwaarts

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Onze strijdkrachten zullen ervoor zorgen dat Irak wordt teruggestuurd naar het pre-industriële tijdperk” verklaarde James Baker, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, op de vooravond van de Golfoorlog in 1991. En inderdaad, waar de hevige bombardementen niet in geslaagd waren, zijn tien jaren embargo wel in geslaagd. Behalve de gevolgen voor de volksgezondheid en op sociaal vlak, zijn er de dramatische problemen in het onderwijs. De revolutie van 1958 had een enorme inspanning gedaan voor het basisonderwijs, een inspanning die werd uitgebreid tot het secundair en het hoger onderwijs vanaf 1973. De meisjes profiteerden het meest van deze inspanningen. En dan kwam dat funeste embargo. Het alfabetiseringsniveau, dat gestegen was van 52% in 1977 tot 72% in 1987, daalt opnieuw. Een rapport van Unicef (2002) geeft aan dat slechts drie kwart van de kinderen tussen 6 en 11 jaar naar school gaat. 31,2% van de meisjes en 17,5% van de jongens gaat niet meer naar school: ze slenteren op straat, op zoek naar enkele dinars. En ook wie naar school gaat, is gestraft: geen boeken, geen banken, geen borden, leerkrachten die hun job verwaarlozen omdat ze een tweede job moeten uitoefenen om te overleven, oude en overbevolkte gebouwen.. Irak, heel lang een belangrijk centrum van de Arabische cultuur, ziet nu hoe zijn burgers hun boeken verkopen om te overleven. En wat te denken over de studenten geneeskunde, die geen medische tijdschriften meer ontvangen? Ze worden door het Westen verboden … omdat ze wel eens zouden kunnen dienen om bacteriologische wapens te maken.
(Le Monde Diplomatique, januari 2003)