Bestaat er zoiets als een… Pedagogie van de onderdrukten?

Paulo Freire (Recife, 19 september 1921 – São Paulo, 2 mei 1997) was vanaf 1946 actief in de volwasseneneducatie in Noordoost-Brazilië. Zijn succesvolle aanpak bleef niet onopgemerkt. In 1962 werd hij coördinator van het nationale plan voor de alfabetisering van volwassenen. De militaire staatsgreep van 1964 maakte een einde aan het progressieve onderwijsbeleid in Brazilië. Freire verdween achter de tralies en werd vervolgens “uitgenodigd” om het land te verlaten. Zijn “Pedagogie van de onderdrukten” verscheen in 1970 in het Portugees, de Nederlandse vertaling volgde in 1972. Tot 1980 werkte hij bij de wereldraad van Kerken. Zijn visie had invloed op alfabetiseringsprojecten in o.a. Mozambique, Guinee-Bissau… en ook in Nicaragua na de Sandinistische revolutie.

  1. Enkele algemene inleidende duidingen

De visie die Paulo Freire in zijn “Pedagogie van de onderdrukten” uiteen zet, vertrekt vanuit zijn praktijk in het alfabetiseringswerk voor volwassenen in Brazilië. Later werkt en schrijft hij vooral vanuit de zuiderse helft van de wereld. Dat betekent dat zijn ideeën, zijn visie een vertaalslag nodig hebben voor onze Belgische samenleving. Dat heeft gezorgd voor nogal wat verwarring en discussie. Niet in het minst het scherp stellen van het begrip van de onderdrukten. Bestaan die nog wel in onze contreien? Zo ja, om wie gaat het dan? Heeft ons onderwijs nog écht die domesticatie tot gevolg? Is het einddoel van ons onderwijssysteem nog steeds het slaafs afhankelijk maken van de leerling?

Wanneer Freire spreekt over de pedagoog (of agoog) dan gaat dit sowieso ruimer dan alleen ons reguliere onderwijssysteem. In zijn eigen praktijk werkte hij vooral met volwassenen. Heeft hij ook iets te vertellen over ons reguliere onderwijssysteem? Mijn antwoord hierop is heel eenvoudig: jazeker. Precies zijn praktijk en geschriften geven ons de kans om breder te kijken dan de schoolse onderwijspraktijk. Er zijn immers veel meer agogische beroepen dan alleen maar de leerkrachten. Ook de sociaal werker, de verpleger, … zelfs de dokter, de advocaat kan je bekijken als een agogisch beroep, vanuit Freiriaans perspectief. In feite zit hij hierdoor heel dicht bij het marxistische begrip van de bovenbouw. Heel het systeem dat (deels) vanuit de staat ervoor zorgt dat de onderbouw, de economische productieverhoudingen én -tegenstellingen gereproduceerd worden.

Vanuit dit perspectief maakte ik in mijn thesis (jaren ’80 van de vorige eeuw) de vergelijking tussen de groepspraktijken van Geneeskunde voor het Volk (GvhV) en enkele groepspraktijken die vooral op de ideeën van Wereldscholen (o.a. Jef Ulburghs, Frans Swartelé) gebaseerd waren. Deze laatste beriepen zich vaak op Paulo Freire en Ivan Illich, terwijl uit mijn onderzoek bleek dat de visie van Freire veel dichter aansloot bij de “maoïstischeinspiratie van GvhV. En dat gaat veel verder dan enkele verwijzingen van Freire zelf naar Mao en Che Guevara.

De noodzaak van een bredere agogische kijk werd alleen maar versterkt toen ik met mijn diploma sociaal agoog als opbouwwerker/buurtwerker aan de slag ging in de Brusselse Noordwijk in de jaren ’90. Een brede samenwerking tussen leerkrachten, buurt- en opbouwwerkers, wijkgezondheidscentra, advocaten… is onuitgegeven, maar is vast en zeker een stevig model van basiswerk dat een dam kan opwerpen tegen een samenleving die afglijdt naar (extreem-)rechtse uitholling van solidariteit.

“Pedagogie van de onderdrukten” is het belangrijkste werk van Paulo Freire. Hierin heeft hij zijn basisvisie en -analyse wereldkundig gemaakt. De Franstalige uitgave van Maspéro is een pak interessanter dan de Nederlandstalige versie, waar Ivan Illich ons weet te zeggen dat dit waarlijk revolutionaire pedagogie is. In de uitgave van Maspéro (1) staat achteraan een interview met Freire waarin hij zichzelf corrigeert met betrekking tot zijn cruciale begrip, consciëntisatie: “Eén van de zwakste punten van mijn werk, waarover ik een zelfkritiek maak, verwijst naar het proces van consciëntisatie. In de mate dat ik vooral in mijn eerste theoretische werken, geen enkele referentie gemaakt heb (…) naar het politieke karakter van de opvoeding, en waar ik het probleem van de klassen en van hun strijd verwaarloosd heb, heb ik de weg geopend voor allerhande reactionaire interpretaties en praktijken.” (2)

Meer nog: wanneer Freire het heeft over consciëntisatie is dit inherent aan zijn visie op het revolutionair proces van maatschappelijke verandering. “De rol van “conscientisatie” in het revolutionaire proces” is essentieel. Freire herformuleert hierbij de kritiek die Mao in “Over de praktijk” heeft op zowel subjectivisme en idealisme enerzijds als mechanisch objectivisme anderzijds.

Om even terug te keren naar onze onderbouw-bovenbouw van hiervoor. Volgens bepaalde marxisten heeft investeren in de bovenbouw niet veel nut of zin. Het is pas in een andere samenleving, dat we inspanningen moeten leveren in de bovenbouw. Freire zegt daartegenover heel duidelijk dat vandaag, in de onderdrukkende structuren, onze methode zich duidelijk moet onderscheiden van de onderwijsmethode van de onderdrukkers. Zij “komen voort uit eenzelfde ideologische ‘bron’ – de kleinburgerij. Het mechanisch objectivisme is een groteske misvatting van de marxistische opvatting, wat de relatie subject-object betreft. Voor Marx is deze relatie tegengesteld en dynamisch. Subject en object bevinden zich (…) in een dialectische relatie. Dezelfde dialectische relatie als tussen theorie en praktijk.” Voor de goede verstaander, hier is wel degelijk Paulo Freire aan het woord, die zijn visie op consciëntisatie verbindt met een proces van maatschappijverandering, een revolutionair proces!

Het ultieme doel van een pedagogie van de onderdrukten is wel iets anders dan een gezellige bezigheidstherapie. Zijn begrip van consciëntisatie is inherent aan een revolutionair proces. Ook hierover laat hij in dit interview, dat in de uitgave van Maspéro opgenomen is, geen twijfel bestaan. “Indien een radicale verandering van de maatschappelijke structuren, die de objectieve situatie van de boeren verklaren, niet wordt doorgevoerd, zullen zij dezelfde blijven, op dezelfde manier uitgebuit, en het is van geen belang dat enkelen onder hen de reden hebben leren kennen van hun eigen realiteit. Om eerlijk te zijn, de werkelijkheid onthullen zonder zich te oriënteren op een klare en zuivere politieke actie, heeft helemaal geen zin.”

De rol die de agoog (leerkracht, sociaal werker, dokter …) toebedeeld krijgt in het proces van consciëntisatie is op zijn zachtst gezegd geen passieve rol. De aandacht die Paulo Freire kreeg in West-Europa vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw viel echter samen met alles wat hier in de jaren ’60 was gaan gisten. Het anti-autoritaire denken had een cruciale plaats ingenomen. Tegelijkertijd ontstond echter een Babylonische spraakverwarring tussen autoriteit en autoritair, twee begrippen die op dezelfde hoop gegooid werden en dus verbannen moesten worden. Dit had een grote invloed op de vertaalslag van de visie van Freire. Het leidde tot een instrumentalisering van zijn visie, die ontdaan werd van de maatschappelijke analyse, en logischerwijze van de inschakeling in maatschappelijke verandering. Wat overbleef was een flauw methodisch afkooksel, een minimalistische, zelfs averechtse invulling van een begrip als ervaringsgericht leren. Maar daar was zeker niet alleen Paulo Freire het slachtoffer van.

2. Conscientização: bewustwording of bewustmaking?

Paulo Freire vertrekt van een scherpe analyse van het bestaande onderwijssysteem dat hij als depositair definieert. De leerling is louter passief, wordt gezien als een hol vat, dat zoals een depositoboekje moet gevuld worden met de wetenschap van de onderdrukker. Niet alleen is de leerling passief, bovendien wordt hem ook aangeleerd dat er geen alternatief is voor de maatschappelijke orde. Het systeem levert onderdanige, aangepaste burgers op, die besef hebben van hun maatschappelijke positie.

Zijn alfabetisering van volwassenen is geen neutraal leren, maar een leren benoemen. Een tot inzicht komen van maatschappelijke structuren van uitbuiting en onderdrukking… Maar vooral ook een begrijpen dat tot actie leidt, tot mensen die grip op hun situatie (willen) krijgen. Freire vertrekt daarbij niet van abstracte begrippen, van handboeken, maar van de leerwereld van die mensen met wie hij een alfabetiseringsproces opzet. En precies dat leren begrijpen van de leefsituatie en leefomstandigheden gaat vooraf aan het agogisch proces. Dat is ook iets waarbij voornamelijk de leerkracht (in brede zin: de agoog dus) actief is. Het ervaringsgericht leren vertrekt dus vanuit een heel intensieve verkenning van de context van de leerling.

Alleen is het Portugese begrip conscientização problematisch, want daarin zit zowel het aspect bewust worden als het aspect bewust maken. In de vertaalslag naar West-Europa is vooral de idee van het bewustwordingsproces behouden. Wanneer je dat koppelt aan ervaringsgericht leren, loop je natuurlijk sterk het risico dat de rol van de agoog beperkt wordt tot het stimuleren van het formuleren van de eigen ervaringen, en verder ervoor zorgen dat leerlingen tot eigen conclusies komen. Een agogische rol die op die manier ontdaan wordt van inhoud, want de enige inhoud die telt, is de ervaringswereld van de leerling. Tegelijkertijd wordt echter ook het resultaat van het bewustwordingsproces losgelaten. Dit leidt dus tot individualisering: ieder heeft zijn eigen uitkomst, zijn eigen resultaat van het bewustwordingsproces. Op deze manier wordt actie ook geschrapt uit de visie van Freire. Daar is immers een collectieve bewustwording voor nodig én een collectieve actie om in te grijpen in structurele onrechtvaardigheden.

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het schrappen van de actieve rol van de agoog (bewustmaking) leidde tot vertalingen van Freire’s visie als de inductieve methode, de alles-komt-vanzelf-en-spontaan-variant van ervaringsgericht leren. Eén zaak is zeker: de kans is klein dat je op die manier een bedreiging wordt voor het systeem. Je blijft dus gevrijwaard van gevangenisstraf, foltering en verbanning.

Freire geeft een zeer actieve rol aan de leerkracht, maar ook aan de revolutionaire beweging. De onderdrukte klassen zelf, “ondergedompeld in de dagelijkse vervreemding, slagen er niet in om spontaan een zelfbewustzijn in de vorm van klasse-voor-zich te bereiken” Precies daarom is ook die organisatie belangrijk, “opdat zij het stadium van klasse-op-zich’ zouden overstijgen en een klasse-voor-zich worden”. Maar “de pedagogie van” dergelijke organisatie kan “nooit dezelfde zijn als deze van reactionaire partijen. (…)” het is “een ‘wat te doen?’ Eigen aan de revolutionaire voorhoede, opdat men niet zou vervallen in de kleinburgerlijke tendens van het mechanisch objectivisme.”

Misschien gaan je oren wat tuiten wanneer je zoiets hoort in 2026. Maar Freire was in de jaren ’70 heel duidelijk over zijn pedagogie van de onderdrukten. Dit was niet alleen bedoeld voor de individuele ‘agoog’, maar ook voor de beweging die zich engageert voor maatschappelijke verandering. Ook haar agogische aanpak moest getoetst worden aan de consciëntisatie-visie. Anders herleidt je mensen tot objecten, tot louter instrumenten, uitvoerders…

3. Autoriteit of autoritair?

We hadden het eerder over de jaren ’60 van de vorige eeuw en de argwaan die in deze periode gekweekt werd tegen begrippen als macht, autoritair en autoriteit. Het anti-autoritaire denken zette daarmee ook het onderscheid deductief en inductief in de kijker. Een in elkaar geknutselde tegenstelling die er geen is, maar die vooral komaf maakt met het begrip autoriteit, dat niets te maken heeft met autoritair (zijn) en macht (uitoefenen).

Autoriteit is immers inherent aan een agogisch proces. Zonder een autoriteit op eender welk vlak heeft het geen zin om te leren. Meesterschap, een stiel onder de knie krijgen, daarvoor heb je iemand nodig die de stiel beheerst en die het aan iemand anders kan aanleren, een autoriteit dus. Een meester die autoritair optreedt of zich van machtsmiddelen bedient, zal heel snel niemand meer hebben die in de leer wil komen.

De edele kunst van het gitaarspelen ga ik echt niet leren met gelijkgestemden die ook graag willen leren tokkelen. Daarvoor ga ik op zoek naar een gitarist die een autoriteit is, die het instrument door en door kent. Maar ook naar iemand die een autoriteit is op het vlak van de methode. Iemand die het mij stapje voor stapje aan kan leren, zonder dat ik ontmoedigd geraak door te grote opgaven. Iemand die geduld heeft en mij niet op de vingers slaat wanneer ik eens te meer een foute houding heb.

De anti-autoritaire beweging van de jaren ’60 heeft niet alleen een nefaste invloed gehad op de vertaalslag van de visie van Freire naar West-Europa. Ook de onderwijsvisie van meerdere zich progressief noemende denkers is erdoor aangevreten. Hiervoor nog eerst een ommetje naar 1980. Toen kreeg Paulo Freire de Koning Bouwdewijnprijs voor Ontwikkelingswerk. In de academische zitting achteraf aan de KULeuven – waar hij in 1975 al een eredoctoraat kreeg – stelde iemand uit de zaal de vraag over de problemen met de vertaalslag van zijn visie naar West-Europa. Ik had het geluk aanwezig te zijn, en hoorde Freire dezelfde parallel trekken die ik uit mijn eigen studiewerk al had getrokken: Célestin Freinet.

Toen Célestin Freinet stierf in 1966 hadden wij hier nog niet gehoord van Paulo Freire. Bovendien was Freinet zelf en zijn onderwijsvisie slechts bij een select onderwijspubliek bekend. Ook al kreeg Freinet de laatste decennia terug meer aandacht, toch weegt ook hier dat “anti-autoritaire denken”. En het onvolprezen boek van Jan Devos “De visie van Freinet” kan dat niet wegwissen. Er is dus nog werk aan de winkel en een debat te voeren.

Johan De Clus

Dit artikel verscheen in “De democratische school”, nr. 105, maart 2026. Je kan een abonnement nemen op ons driemaandelijks tijdschrift (15 euro voor 4 nummers) via deze link.

 

Voetnoten

(1).Je hoeft hiervoor geen immense zoektocht langs (dure) tweedehandsboekhandels te doen. Je kan een pdf van dit interview opvragen bij Ovds.

(2) Freire, P. (1980). Conscientisation et révolution. In: Pédagogie des opprimés. Maspéro. p. 183-197

Aanbevolen literatuur:

– Devos, J. (2013). De visie van Freinet. Garant.

– Janssens, F. (2021). https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2021/09/20/100-jaar-geleden-werd-paulo-freire-geboren-bevrijdingspedagoog-en-dekolonisator