Openingsevenement Marnixplan voor meertalig onderwijs in Brussel

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op zaterdag 28 september werd in Brussel het openingsevenement gehouden van het Marnixplan. Het Marnixplan voor een meertalig Brussel is een initiatief om het vroegtijdig en coherent leren van verschillende talen te bevorderen in alle lagen van de Brusselse bevolking. Het focust in de eerste plaats op het Frans, het Nederlands en het Engels, maar moedigt ook de overdracht van álle moedertalen aan.

Drijvende krachten achter dit initiatief zijn o.a. Philippe Van Parijs ( professor aan de UCL en de universiteit van Oxford en auteur van o.a. Linguistic justice for Europe and for the world), Alex Housen ( docent Engelse en toegepaste taalkunde aan de VUB), Anna Sole Mena (medewerkster Europese Commissie).

Het openingsevenement greep plaats in de “Zinneke Zaal” in Brussel. Tijdens de openingssessie waren er 7 korte inleidingen. Behalve de drie genoemde initiatiefnemers kwamen ook aan bod:

-.Kasper Juffermans (universiteit Luxemburg). Hij legde uit hoe alle kinderen in het Groothertogdom in het kleuteronderwijs Luxemburgs leren en daarna in het lager onderwijs Duits en Frans.

Kari Kivinen, secretaris-generaal van de Europese scholen. Brussel telt vier Europese scholen met samen 11.000 leerlingen. De werktalen zijn er Frans, Engels en Duits. Vakken als geschiedenis, economie, aardrijkskunde, artistieke en muzikale opvoeding, lichamelijke opvoeding … worden steeds in één van deze drie werktalen gegeven. Vanaf het lager onderwijs wordt een tweede taal geleerd, vanaf het secundair onderwijs een derde en vanaf het vierde jaar van het secundair onderwijs een vierde taal. In het complementair gedeelte van het zesde en zevende jaar secundair onderwijs worden bijkomende talen zoals Chinees aangeboden. Latijn en oud-Grieks worden aangeboden vanaf het derde en het vierde jaar secundair onderwijs.

Jessica Mathy, van FAPEO (oudervereniging van het Franstalig officieel onderwijs). In het Franstalig onderwijs zijn er 163 basisscholen met 14.455 leerlingen die immersieonderwijs toepassen: daarvan volgen 10.000 leerlingen bepaalde vakken in het Nederlands, de andere 4.455 in het Engels of Duits. In 91 Franstalige secundaire scholen volgen 9.853 leerlingen lessen in andere talen: 6.000 in het Nederlands, de rest in het Engels of Duits. Het immersieonderwijs is het meest verspreid in de provincies Henegouwen en Waals-Brabant. In Brussel is enkel Nederlands toegestaan als vreemde taal voor zaakvakken. Slechts 10 van de 223 lagere scholen van Brussel bieden immersieonderwijs aan. Spreekster ziet vier “compétences-clé” die via het immersieonderwijs beter worden verworven: de inhoud (matière), de communicatie, cognitie (bv wordt vastgesteld dat de resultaten voor wiskunde verbeteren), cultuur (grotere openheid voor).

Zij legde ook de vinger op enkele problemen: het gebrek aan native teachers (Vlaamse leerkrachten lijden loonverlies als ze in het Franstalig onderwijs komen les geven), het gebrek aan een specifieke opleiding, de behoefte aan specifieke handleidingen en handboeken, geen coördinatie van de initiatieven (bv over de netten heen), geen follow-up na het basisonderwijs, geen uitgebreide beoordeling van de mogelijke effecten.

Piet Vervaecke, directeur Onderwijscentrum Brussel. Hij vroeg aandacht voor de situatie van de Nederlandstalige scholen in Brussel. Zij hebben een marktaandeel van 20% in het basisonderwijs en 16% in het secundair onderwijs. Waar dertig jaar geleden 100% van de leerlingen in Nederlandstalige lagere scholen in Brussel thuis Nederlands spraken, is dit percentage nu gedaald tot 11%. 25% van de leerlingen spreekt thuis Nederlands en een andere taal, 22 % uitsluitend Frans en 31% uitsluitend een andere taal. Anders gezegd: in een klas met 20 leerlingen zijn er 2 die thuis altijd Nederlands spreken, 4 die soms Nederlands spreken en 14 die nooit Nederlands spreken. Hij vindt dat het in die context onverstandig is een pleidooi te houden voor één vorm van meertalig onderwijs. De doelstelling is meertaligheid maar men moet goed nadenken over de vorm. Een meersporenbeleid is nodig.

Verder waren er rondetafeldebatten (met alle deelnemers) en panelgesprekkken met de sociale partners (vakbonden/werkgevers), onderwijsverstrekkers en ministers.

Meer informatie:

www.marnixplan.org

Lees ook:

Philippe Van Parijs: “Wordt Babels Brussel een ramp of een troef?”

Tijdens de “zes uren voor de democratische school op zaterdag 19 oktober is er een tweetalige workshop (van 10u tot 12u30) rond immersieonderwijs (CLIL: content and linguage integrated learning) met o.a. Piet Van De Craen (professor VUB, één van de beste experten van CLIL) en ervaringsdeskundigen uit het Vlaams en het Franstalig onderwijs.