Directeur gemeenteschool Duffel pleit voor afschaffing godsdienstlessen

Facebooktwittergoogle_plusmail

Vijf van de zeven levensbeschouwingen biedt de gemeentelijke basisschool ’t Kofschip in Duffel aan. Van de 186 kinderen in de lagere school volgen er 115 rooms-katholieke godsdienst, 59 zedenleer, 10 islamitische, 1 Grieks-orthodoxe en 1 protestantse godsdienst. Alles behalve anglicaans en Israëlitisch dus. ‘Maar die hebben we de vorige jaren ook gehad’, zegt directeur Geert Gabriëls (49).

De directeur heeft zijn handen vol om dit religieus palet praktisch geregeld te krijgen. Om te beginnen moet de school voor elke levensbeschouwing lokalen hebben. Dan moeten er nog leerkrachten gevonden worden. “Ze geven bij ons twee uren. Om een voltijdse opdracht te hebben moeten de leerkrachten in zeven of acht andere scholen staan. Aangezien de lessen levensbeschouwing op hetzelfde moment vallen, moeten al die leerkrachten wel tegelijk hier zijn”.
Daar komt het gepuzzel bovenop met leerkrachten die vast benoemd zijn, overtollig worden als het leerlingenaantal voor hun godsdienst daalt (wat gebeurd is voor rooms-katholieke godsdienst) en in een ander school van de scholengemeenschap ondergebracht moeten worden. Helemaal te gek wordt het als er iemand ziek of zwanger is. Dan moet Geert Gabriëls op zoek naar een vervanger. ‘Die moet inpasbaar zijn in mijn zo moeizaam in elkaar gestoken schema.’

De kwestie levert nog onverwachte neveneffecten op. ‘Ik kan de leerlingen niet optimaal over de klassen spreiden’, zegt Gabriëls, ‘het is de godsdienst die de klassen bepaalt. Leerlingen die zedenleer volgen zitten noodgedwongen in dezelfde klas. Een collega-directeur uit onze scholengemeenschap Anker kreeg kritiek omdat hij de Marokkaanse kinderen moest samen zetten in één klas, omdat ze samen islamitische godsdienst volgen.’

Als hij het allemaal op een rijtje zet, komt Gabriëls tot de slotsom dat die twee schamele uurtjes wel erg zwaar wegen op de werking van de school. ‘Mijn persoonlijk standpunt is daarom dat godsdienst beter uit het curriculum verdwijnt. Laat het een privézaak worden. Ik stel graag lokalen ter beschikking buiten de schooluren. Geef de kinderen liever twee uur meer lichamelijke opvoeding. Maar ik besef dat dat allemaal erg gevoelig ligt.’

(Bron: De Standaard, 1 oktober 2011)