"Het zijn indrukwekkende cijfers in Franstalig België. Op niet minder dan 249 plaatsen in Brussel en Wallonië krijgen leerlingen ook sommige ’gewone vakken’ in een andere taal dan het Frans. In de overgrote meerderheid van de gevallen is dat natuurlijk het Nederlands - in Brussel mag het zelfs niet in een andere taal". In "De Standaard" lees je op de politieke pagina’s doorgaans weinig goeds over Franstalig België. Maar op 27 augustus staat er een lovend artikel over het immersie-onderwijs in Waalse en Franstalige Brusselse scholen.
In een door communautaire twisten verscheurd land met zijn strak omlijnde taalwetten, die ook hun stempel drukken op de organisatie van het onderwijs en taalonderricht, was het tot voor kort enigszins vermetel een discussie op gang te brengen over meertalig onderwijs. Wat de praktische vreemdetalenkennis betreft, genoot Vlaanderen decennia lang een uitstekende reputatie. Dit zou o.m. te maken hebben met het feit dat het Nederlands een vrij kleine taalgemeenschap is en dus sterk onderhevig is aan de invloed van meer “dominante” talen. Toch lijkt het de laatste jaren met de vreemdetalenkennis bij de Vlaamse scholieren bergaf te gaan. In Wallonië daarentegen, waar het vreemdetalenonderricht als ronduit erbarmelijk werd geduid, ziet men een eerder opwaartse trend.
Om een ontspannen sfeer te creëren, ontvangt Dominique Byl de deelnemers aan de workshop rond het aanleren van vreemde talen (tijdens de "zes uren voor de democratische school" op 20 oktober) met muziek. Na een korte presentatie stelt ze het idee van de “veelzijdige intelligentieprofielen” van Howard Gardner voor. Daarop worden tafels en stoelen opzij geschoven om plaats te ruimen om te kunnen bewegen en met elkaar te communiceren.
Sinds de jaren tachtig organiseert Foyer (1) in enkele Brusselse scholen een parallel curriculum voor leerlingen van Spaanse, Italiaanse en Turkse origine. Leerlingen die één van deze talen als thuistaal hebben, krijgen een deel van het curriculum in die taal aangeboden. Sofie Jonckheere en Patrizia Civetta, medewerksters van de Foyer, brachten op 20 oktober tijdens de “zes uren voor de democratische school” een enthousiasmerend verhaal over deze ervaringen van “onderwijs in eigen taal en cultuur”.
“Waarom leren Franstalige kinderen zo moeilijk Nederlands en waarom leren Nederlandstaligen steeds minder graag Frans?” Rond deze vraag heeft Laurence Mettewie gedoctoreerd aan de VUB. Vandaag doceert ze aan de universiteit van Namen. Laurence Mettewie geeft Nederlandse taal en taalkunde aan studenten Germaanse. In haar vrije tijd werkt ze mee met TIBEM (Tweetaligheid in Beweging/Bilinguisme en Mouvement), een beweging die meertalig onderwijs in België promoot.
Vlamingen zijn schijtlaarzen, die krampachtig vasthouden aan de taalwetten en amper uitzonderingen durven toestaan, beweert professor Van de Craen, neerlandicus aan de VUB. Tijdens zijn uiteenzetting in de werkgroep Meertalig onderwijs op de studiedag van de Oproep voor een democratische school (oktober 2001) schakelt hij trouwens vlot over naar het Frans. Ongewoon beeld, althans bij de professoren Nederlands in Vlaanderen.
nl
Dossiers
Taalbeleid en meertaligheid
?