Autres brèves

Recherche

Bijna één op de tien jongens zit tussen zijn zesde en elfde minstens een jaar in het Buitengewoon Lager Onderwijs. Onderzoek van het steunpunt Studie- en Schoolloopbanen wees uit dat vooral jongens Buitengewoon Lager Onderwijs (BLO) volgen. Maar opmerkelijker is dat de laatste twee decennia steeds meer kinderen, zowel jongens als meisjes, in het BLO verzeild raken.

De experts onderzochten hoeveel kinderen die in 1995 geboren zijn, in het schooljaar 2006-2007 in het BLO zaten. Van alle jongens die in 1995 geboren zijn, zat 8,9 procent in het BLO. Bij de meisjes ging het om 5,7 procent. Omdat sommige kinderen al vóór de leeftijd van elf jaar het BLO verlaten, nemen de onderzoekers aan dat bijna één op de tien jongens ooit BLO volgt.

Dat percentage is nog nooit zo hoog geweest. De laatste twee decennia kwamen steeds meer kinderen in het BLO terecht. Bij de generatie die in 1978 geboren is, gingen slechts 5,4 procent van de jongens en 3,7 procent van de meisjes op elf jaar naar het BLO. Dat is een stijging van drie procent. Bij meisjes nam vooral het aantal leerlingen met een lichte mentale handicap toe, bij jongens is de toename te verdelen over jongens met een lichte mentale handicap, met gehoorproblemen en met gedragsproblemen.

Bijna 10 procent is uitzonderlijk veel’, zegt professor Jan Van Damme van de KU Leuven. ‘Andere Europese landen komen amper aan één procent.’ Volgens Van Damme heeft de stijging te maken met een betere zorg in scholen. ‘Elke school heeft een zorgcoördinator, die instaat voor de detectie van problemen. Dat is nog relatief nieuw en het heeft een duidelijk effect op het aantal kinderen dat doorverwezen worden naar het BLO.’

Bron :

De Standaard

, 19 oktober 2009

Répondre à cette brève