Autres brèves

Recherche

Ronald Plasterk is bijna halverwege zijn termijn als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Nederland. Enkele fragmenten uit een interview in de Volkskrant.

U heropent een gevoelige discussie : een 11-jarige is te jong om na de Citotoets al te weten welk schooltype bij hem past.

Ronald Plasterk : ‘In elke internationale vergelijking signaleren clubs als de OESO : wat is dat toch met Nederland ? Een land van sociale mobiliteit, vol dynamiek. Zeker geen Engelse standenmaatschappij, zeker niet zo immobiel als sommige Europese landen. Is het niet gek dat uitgerekend daar kinderen op zo’n jonge leeftijd in een koker worden gezet waar ze vaak alleen met de grootste moeite uit kunnen komen ? Dat is een te sterk signaal om te negeren. ‘We selecteren nu te vroeg, waardoor we talent verspelen. Want als je eenmaal op het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) begint, maar toch genoeg in je mars hebt om de universiteit te halen, wordt de lange route via mbo (middelbaar beroepsonderwijs) en hbo (hoger beroepsonderwijs) haast onvermijdelijk.’

Trekt u geen politieke beerput open, namelijk de middenschool, waar alle kinderen tussen 12 en 15 jaar samen in de klas zitten en pas daarna kiezen voor een bepaald type voortgezet onderwijs ?

Ronald Plasterk : ‘Die discussie dateert van de jaren zeventig. Destijds speelde de utopische onderstroom van het kabinet-Den Uyl : we kunnen de wereld veranderen, te beginnen het onderwijs, want dan verander je de geesten van mensen. Maar dat is geen goede insteek. De benadering was ook anti-intellectualistisch. Men vond grammatica niet belangrijker dan bandenplakken. Ik denk dat dat juist voor de zwakkere leerlingen slecht uitpakt. In de milieus waar ouders zelf ook minder opleiding hadden, zag men de achterstanden niet of ontbrak het aan geld voor bijles. In de middenschooldiscussie werd dat gebagatelliseerd. In taal, rekenen en kennis van de wereld om je heen moet je een basis krijgen. Als je vervolgens op je 18de besluit meubelmaker te worden, is dat een andere keuze dan wanneer men tegen een 12-jarige zegt : ach, waarom zou jij eigenlijk de moeite doen om Engels te leren ?’

Waarom is dit probleem nu acuut ?

Ronald Plasterk : ‘We hebben altijd heel veel sociale stijgers gekend. Mijn oude vakgebied, de bètawetenschap, zit vol mensen die van huis uit niks anders hebben meegekregen dan een goed stel hersens. Zij klommen op. Dat is anders dan bij rechten of geneeskunde, waar de ouders van studenten vaak ook advocaat of arts waren. Tegenwoordig zie je andere sociale stijgers. Denk aan de moslimmeiden die massaal door hun energie, enthousiasme en intelligentie het hbo doorfietsen. Maar ik zie helaas ook nieuwe groepen van immobiliteit : de jongens die uitvallen tussen vmbo en mbo, of die afhaken op het hbo. Daarom moeten we nieuwe sociale stijging organiseren en het keuzemoment voor een onderwijstype opschuiven.’

Er is veel zorg over het reken- en taalonderwijs. U vindt dat scholen weer strenger moeten worden.

Ronald Plasterk : ‘Er zijn in theorie twee uitersten in het onderwijs : enerzijds het instructiemodel, waar de docent weet wat een kind moet leren en die kennis overdraagt. Anderzijds is er het ontplooiingsmodel, dat kinderen wil helpen zelf zijn gaven te ontdekken. We zijn volgens mij te veel naar de kant van de ontplooiing doorgeslagen. Die vrijblijvendheid moet weg. Kinderen weten nog niet wat ze in hun latere leven aan kennis en kunde nodig hebben. Het mag dus wel weer iets schoolser, met meer structuur. Maar we moeten hoeden voor romantiek. Niet alle onderwijsvernieuwingen zijn slecht. Niet alles was vroeger beter.’

Maar het niveau is dus te laag ?

Ronald Plasterk : ‘Ik was eens te gast bij een lerarenopleiding. Daar zaten schatten van studenten te blokken op de rekentoets. Het was treurig, want het was overduidelijk dat ze niet op tijd bijgespijkerd zouden zijn. Dat betekende dat ze hun opleiding niet konden voortzetten. ‘Het ging om sommetjes als 553 min 98. Zelfs op papier lukte dat niet. Met tranen in de ogen zei een student dat hij er geen snars van begreep. En let wel, ze waren heel gemotiveerd om leraar te worden. Hun problemen bewijzen dat ze als leerlingen op school slecht hebben leren rekenen.’

(Bron : Volkskrant, 5 december 2008)

Répondre à cette brève