Autres articles dans cette rubrique

Mots-clés

Recherche

Accueil du site || Divers || Débats || Vijf jaar Anders Globaliseren sinds Seattle

De wereldhandelsorganisatie (WHO) heeft slechts één doel : het slopen van alle handelsbarrières. De WHO belaagt voortdurend nationale en regionale regelgevingen vanuit de overtuiging dat vrijhandel de enige én voldoende voorwaarde is voor ontwikkeling. De nationale regeringen van de Europese lidstaten stonden hun bevoegdheid af aan de Europese Commissie. Pascal Lamy, de Europese Commissaris van handel heeft een ruim mandaat tot onderhandelen in het kader van de WHO. Europa meet zich met machtsblokken als Brazilië, Canada en de VS, China, India, het Midden-Oosten, Noord en Zuid-Afrika, Oost Azië, Rusland, en Zuid-Amerika. Handelsbelangen -zoveel is zeker -vormen de belangrijkste hefboom van internationale politieke macht.

Grenzen die verdwijnen, markten die toegankelijk worden, circulerende informatie, technologie die vernieuwt en bereikbaar is voor iedereen, sociale ontwikkeling, aandacht voor milieu, groeiende democratie en een internationaal strafrecht dat om de hoek komt kijken. Ondernemingen, regio’s, landen en continenten kunnen er beter van worden. Een andere wereld is mogelijk.

Een ideale wereld is echter enkel denkbaar indien het handelsrecht van de WHO en de WHO-instellingen ingeschakeld worden in en globale context van mensenrechten, inclusief arbeidsrechten. Vandaag is de realiteit echter anders. De neoliberale concurrentiedynamiek is uitsluitend gericht op verhogen van winst en productiviteit. Ze veroorzaakt behoorlijk wat turbulentie binnen bedrijfstakken. De effecten zijn ingrijpend zowel voor de ontwikkelingslanden als voor de Europese werknemers. Delokalisatie en inkrimping van activiteiten worden onvoldoende gecompenseerd door nieuwe werkgelegenheid of door mogelijkheden voor wedertewerkstelling in andere sectoren. Voortdurend worden werknemersorganisaties afgedreigd met het verplaatsen van arbeidsplaatsen naar lageloonlanden.

Bovendien vinden regeringen van ontwikkelingslanden weinig aansluiting bij de sociale en ethische bekommernissen van vakbonden en ngo’s. De ontwikkelingslanden beconcurreren elkaar ten koste van sociale ontwikkeling. Kinderarbeid en vakbondsverbod zijn er vaak troeven om investeerders aan te trekken.

Seattle ’99 : de bron van de economische globaliseringstroom

Het publieke discours rond liberaliseren, globaliseren en mondialiseren bestond nauwelijks in de eerste jaren na het ontstaan van de WHO (Marrakech ’94). De GATS akkoorden waren reeds jaren geratificeerd door de parlementen van de lidstaten vooraleer men zich bewust werd van de mogelijke draagwijdte - ook voor het onderwijs -. De WHO sloopte handelsbarrières in alle stilte en voedde de vrijhandelsstroom. Luid protest op de WHO conferentie in Seattle - de wieg van de andersglobalisten stond daar - en het uitgesproken ’Neen !’ van de ontwikkelingslanden verstoorden dit stille werk. Het spel zat helemaal op de wagen toen we ons realiseerden dat Europa de GATS akkoorden ondertekende zonder inspraak van bevoegde ministers van de lidstaten. M.a.w. de handelaars maakten bindende afspraken over sectoren als gezondheidszorg, milieu, en ook onderwijs. De inzichten over de besprekingen binnen de WHO veranderden sindsdien grondig.

Doha 2001 : de stroomversnelling

Seattle kelderde maar de onderhandelaars van de geïndustrialiseerde machtsblokken trokken hun les uit dat fiasco. Ze plaatsten Doha 2001 in het teken van ’ontwikkeling’. Dit bleek een strategisch slimme zet : wie durfde in de nadagen van 11 september 2001 een mondiaal akkoord opblazen dat gepresenteerd werd als een belangrijke schakel in de strijd tegen het terrorisme ? Annemie Neyts was er naar eigen zeggen trots op dat ze samen met Pascal Lamy bewerkstelligde dat de EU zich als één blok heeft opgesteld tijdens de WHO-onderhandelingen van Doha.

De geïndustrialiseerde landen gebruikten te Doha alle mogelijke onderhandelingtrucs om de ontwikkelingslanden buiten spel te plaatsen. De ontwikkelingslanden waren minimaal omkaderd. Ze konden reeds onmogelijk de complexe conferentie met haar tientallen parallelle onderhandelingen degelijk volgen. Onverwacht werden de onderhandelingen met één dag verlengd zodat de ontwikkelingslanden ook nog in problemen kwamen met hotelreservaties en terugvluchten. De strategie lukte. De armste landen misten de onderhandeling van de slottekst. De eindverklaring werd makkelijk doorgedrukt : een nieuwe onderhandelingsronde voor meer vrijhandel was een feit. Dit theater werd opgevoerd midden de woestijn van Qatar, ver van de bewoonde wereld, buiten het bereik van grote protestmanifestaties.

De tweejaarlijkse raamakkoorden die multilateraal werden afgesloten op de ministeriële conferenties, dienden verder uitgewerkt in tussentijdse bilaterale onderhandelingen gecoördineerd vanuit het WHO-hoofdkwartier te Genève. In de periode na Doha verhinderden de VS en de EU echter elk compromis dat voor hen niet maximaal gunstig was. De ’ontwikkelingsronde’ van Doha leverde nauwelijks wat op voor de ontwikkelingslanden, er viel voor hen meer te verliezen dan te winnen.

Cancun 2003 : de barrage

De volgende ministeriële conferentie van de WHO ging door te Cancun. De locatie was kenmerkend voor de Noord-Zuid verhouding. Cancun is een Mexicaanse miljoenenstad met een gebrekkige energie- en watervoorziening. De ministeriële conferentie van de WHO vond er plaats op een landtong met exclusieve hotels en paleizen van multinationals, met één slagboom makkelijk af te sluiten van de miserabele grootstad : de grens tussen erbij horen en erbuiten vallen.

De WHO conferentie (september 2003) startte met een overvolle agenda. Het belang van internationale handel voor ontwikkelingslanden kan niet overschat worden. Daarom vroegen Brazilië, China en Zuid-Afrika gesteund door Centraal en Westelijk Afrika, de Caraïben en de landen uit de Pasific :
- Het gedifferentieerd behandelen van arme landen bijvoorbeeld voor makkelijkere toegang tot medicijnen ; bescherming van zwakkere industrieën bijvoorbeeld door importbeperkende maatregelen ; bevoorrechte toegang tot de markt van geïndustrialiseerde landen bijvoorbeeld door lagere importheffingen.
- Het hervormen van de WHO naar meer transparantie en met meer inspraak voor de ontwikkelingslanden.

Het belang van de geïndustrialiseerde landen lag enigszins elders. Europa, Australië, Canada en de Verenigde Staten zetten hun zinnen op :
- Een handelsakkoord over ’ transparante’ overheidsaanbestedingen waarbij enkel commerciële argumenten spelen voor het toekennen, dus géén sociale, ecologische of ethische.
- Nieuwe stappen binnen GATS (General Agreement on Trade in Services) om de markten verder te openen.
- Een nieuw wereldwijd investeringsakkoord waardoor buitenlandse investeringen maximaal beschermd worden. Overheden mogen dan niet langer regelingen hanteren die verhinderen dat investeringen van ondernemingen maximaal renderen. Dergelijk multilateraal investeringsakkoord is vergelijkbaar met het Nafta-akkoord (North American Free Trade Agreement) tussen VS, Canada en Mexico dat leidde tot processen tegen Canada omwille van haar handelsbeperkende milieuwetgeving.

Vakbonden en organisaties zoals 11.11.11, Bond beter leefmilieu, Greenpeace, Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling, Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, ATTAC, Broederlijk Delen, Oxfam e.a. zijn ervan overtuigd dat rechtvaardige afspraken noodzakelijk zijn voor betere internationale verhoudingen, deze moeten primeren op vrijhandel. Ontwikkelingslanden moeten een uitzonderlijke behandeling krijgen in ruil voor openheid voor sociale en ethische dimensies. Vakbonden en ngo’s trokken naar Cancun met een duidelijk adagio : handel in dienst van duurzame ontwikkeling, niet omgekeerd. Hun eisen : Eén : herstel van het Noord-Zuid evenwicht. Twee : democratiseren van de WHO. Drie : herzien van GATS en TRIPS. (zie kader) Vier : een coherent bestuur op wereldschaal door het stroomlijnen van WHO met de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de Verenigde Naties (VN). Vijf : integreren van handel, ecologie, sociale en ethische dimensies. Zes : grondig evalueren van de vrijhandel en zijn gevolgen tot vandaag. Zeven : parlementaire controle op de Europese Commissaris van handel (Pascal Lamy) en herzien van zijn mandaat.

Turbulente draaikolken

De onderhandelingen schoten nauwelijks op. De verschillende dossiers werden gekoppeld : afschaffing van exportsubsidies voor een aantal producten die voor de ontwikkelingslanden belangrijk zijn in ruil voor behandeling van agendapunten van de geïndustrialiseerde landen. De geïndustrialiseerde landen kunnen moeilijk verdere vrijhandel vragen en hun eigen sectoren blijven ondersteunen met subsidies (landbouw in de EU, katoen in de VS, rijst in Japan).

De vakbonden en ngo’s wogen onmiskenbaar op de nationale regeringen die in hun verklaringen verrassend ingingen tegen de standpunten van de Europese Commissie binnen de WHO. Zo eiste Patricia Ceyssens (VLD), Vlaamse minister van Economie en Buitenlands Beleid nog wel de volledige liberalisering van de scheepvaartdiensten, in het bijzonder de baggerwerken, en van de energiediensten. Maar zij vroeg ook uitzonderingen op de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (TRIPS) minstens voor geneesmiddelen noodzakelijk voor bestrijding van aids, malaria en tbc. Ze vroeg in het kader van de GATS geen verdere liberalisering van het onderwijs. Ze vroeg grotere transparantie van de WHO door dialoog met de ngo’s. Ze vroeg structurele hervorming van de WHO : de ontwikkelingslanden moeten als volwaardige partner beschouwd worden en voorbereidende afspraken mogen niet uitsluitend met geïndustrialiseerde landen worden gemaakt zoals dat nu het geval is. Pino Carlino, ACV afgevaardigde in de Belgische delegatie te Cancun beïnvloedde er de verklaring van minister Louis Michel (PRL) die enkele minuten spreekrecht had. Michel pleitte voor een sociaal-economische raad op wereldniveau. ("Ver van huis lijkt Louis Michel wel een Gauchist" merkte een collega in de wandelgangen op.)

De eindfase in Cancun verliep onder grote spanning. De lobby van de andersglobalisten kon de stuwende kracht van de macht niet indijken : vooral Europa hield halsstarrig vast aan haar agenda, de Verenigde Staten in mindere mate. De Europese Commissie beleed wel lippendienst aan een sociaal, ecologisch en maatschappelijk kader voor de vrijhandel maar weigerde de actiepunten op te nemen in een officiële verklaring : Pascal Lamy opteerde maximaal voor vrijhandel.

De coalitie van ontwikkelingslanden groeide inmiddels tot meer dan 70 landen, zij wierpen een stevige dam op. Europa trachtte in extremis een en ander te redden via toegevingen in de hoop om alsnog een gunstige regeling binnen te halen om haar landbouw te beschermen. De onderhandelaars uit de ontwikkelingslanden herinnerden zich ongetwijfeld hoe ze in Doha gerold werden. In Cancun hielden ze het been stijf omdat er onvoldoende tijd restte om ook grondig werk te maken van de onderwerpen waarbij zij konden winnen.

Europese Commissaris verdrinkt

Pascal Lamy blunderde door de politiek te willen passeren en door op vraag van de handelslobby te blijven aandringen op het doorgedreven omvormen van de WHO tot een Wereld Economische Organisatie. Vanwaar de obsessie voor het opdringen van nog meer technische bindende handelsovereenkomsten ? Dit was een flagrante miskenning van de veranderde politieke sfeer.

Seattle kondigde de politieke onmogelijkheid van een eenzijdig economisch project reeds aan. En sinds 11 september 2001 wint de overtuiging veld dat transparante, controleerbare en rechtvaardige afspraken onontbeerlijk zijn voor betere internationale verhoudingen, voor een solidaire en open wereld. De zienswijze dringt steeds meer door dat handel compatibel moet zijn met sociale, ecologische en ethische aspecten : handel in dienst van duurzame ontwikkeling, niet omgekeerd.

Ook politieke voorvechters van liberalisering nemen bovenstaande gedachtes stilaan op in hun discours maar de lobby van multinationals heeft dit nog steeds niet zo begrepen. Deze handelslobby bezorgde Pascal Lamy nog enkele uren voor het einde van Cancun het ultieme ordewoord : het harde standpunt handhaven, geen toegevingen. Wanneer de toegevingen te elfder ure toch onvermijdelijk blijken, is het kalf reeds verdronken. Pascal Lamy mocht zijn ambitie om Romano Prodi op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie opbergen als gevolg van deze politieke blunder.

De miskenning van het veranderde politieke klimaat valt te begrijpen vanuit de ’communicatie’ van de WHO. De WHO ontplooit haar activiteiten in volstrekte ondoorzichtigheid. Er is geen transparantie in de kalender, de agenda’s of documenten met betrekking tot de GATS. Hiervan is weinig terug te vinden. Vakbonden en ngo’s worden wel geïnformeerd over de stand van zaken in WHO meetings via het web. Vakbonden en ngo’s kunnen opmerkingen formuleren op het web maar wat hiermee aangevangen wordt, is volstrekt onduidelijk. Dit is schijncommunicatie, geen dialoog. Het is aan het Europees parlement om dit gebrek aan transparantie in vraag te stellen en er een antwoord op te geven.

Keert het tij ?

De multilaterale onderhandelingen te Cancun leverden geen nieuwe handelsovereenkomsten op. Sommigen beschouwen dit als een Pyrrusoverwinning voor de ontwikkelingslanden. Zij voorspelden dat heel wat zwakkere landen de duimen zullen leggen bij volgende bilaterale onderhandelingen in Genève.

De dreiging dat bilaterale onderhandelingen in de plaats komen van multilaterale is niet nieuw en ongegrond. Beide niveaus van onderhandelen zijn ingebakken in de WHO strategie en op beide niveaus trachten de multinationals privatisering en deregulering door te drukken. Er is geen keuze tussen multilaterale en bilaterale onderhandelingen. Het programma voor bilaterale onderhandelingen ligt over gans de wereld voor jaren vast. De Europese Unie zal dit programma vermoedelijk niet opdrijven : de ambitie tot dereguleren en privatiseren is nu reeds zo hoog en valt nauwelijks te verhogen en de EU heeft onvoldoende capaciteit om nog meer onderhandelingen op te volgen.

Cancun is wel degelijk een overwinning voor de ontwikkelingslanden : liever geen nieuwe handelsovereenkomsten dan onevenwichtige. Nieuw is alleszins dat de ontwikkelingslanden te Cancun voor het eerst hun solidariteit ontdekten. Voor het eerst wogen ze op de agenda en het verloop van de onderhandelingen. De publieke opinie groeit dat bilaterale onderhandelingen tussen ongelijke partners oneerlijk zijn. De achteruitgang van de industrie en landbouw in Afrika maakt dit duidelijk. Afrikaanse boeren kunnen onmogelijk concurreren tegen geïndustrialiseerde landbouw. De benadering van landbouw binnen de WHO is onhoudbaar : landbouw voor inheemse consumptie en productie voor export mogen niet op dezelfde markt gegooid worden. Dit groeiend bewustzijn drukt op het politieke klimaat : eenzijdig economisch globaliseren moet plaats ruimen voor mondialiseren waarbij naast economie plaats is voor milieu en sociale programma’s.

Maar vooraleer deze ambitie om een betere wereld te realiseren werkelijkheid wordt, vloeit er ongetwijfeld nog heel wat water naar de zee. De bestaande handelsakkoorden binnen de GATS zijn onomkeerbaar en blijven gelden. En de VS werkte hard aan het doorbreken van het front van de ontwikkelingslanden : Colombia, Peru, Costa Rica, El Salvador en Guatemala trokken zich reeds terug onder druk van een handelsovereenkomst tussen de VS en Centraal Amerika. De VS strategie op economisch vlak is vergelijkbaar met haar eenzijdig militair optreden.

Mumbai 2004 : Terug naar de bron ?

De ultraliberale lofzang op ongebreidelde vrijhandel als middel tot ontwikkeling verstomde sinds Cancun. De GATS agenda vertraagt onder druk van de vakbonden, nationale regeringen en brede lagen van de bevolking. Het blind slopen van handelsbarrières werd een halt toegeroepen. ’Praatbarakken’ hebben weldegelijk zin.

De verhuis na drie jaar Porte Alegre naar Mumbai internationaliseert, mondialiseert en globaliseseert de weerstand van het groeiend andersglobalistisch front van vakbonden, ngo’s, boerenbewegingen, milieubewegingen en recent ook vrouwenbewegingen. Het Wereld Sociaal Forum (WSF) stelt het Wereld Economisch Forum (WEF) in het Zwitserse skioord te Davos inmiddels in de schaduw. Jozef Stiglitz, hoofdeconoom van de Wereldbank (’97 - ’00) en Nobelprijs Economie 2001 zei in Mumbai dat "economische politiek niet mag afhangen van technocraten en centrale banken of van internationale financiële instellingen. Eén van de belangrijkste aspecten van armoede is de economisch onzekerheid. Arme mensen hebben sociale bescherming nodig. Wij moeten ervoor zorgen dat die er komt, waardoor er jobs gecreëerd worden. Het groeiend besef van de link tussen globalisering en die groeiende ongelijkheid is de verdienste van de WSF-activisten." Met deze uitspraak zit de ex-wereldbankier op dezelfde golflengte van de Internationale Arbeidsorganisatie.

De impact van het WSF evolueert van kritiek in WSF I, over alternatieven in WSF II naar strategie ontwikkeling in WSF III. Het WSF IV te Mumbai gaf meer realiteitszin aan het intellectualistische andersglobalistisch discours door deelname van grote groepen van minderbedeelden. Wil het tij echt keren, wil de verschuiving in het discours zich vertalen in daden, dan moeten vakbonden en ngo’s alles in het werk stellen om de thematiek op de politieke agenda te houden. De publieke opinie en de gecreëerde netwerken wegen onmiskenbaar op de politiek. We moeten blijven uitleggen dat eenzijdige economisch mondialiseren lokaal beleid onmogelijk maakt. Daartoe vormen Sociale Fora (Wereld, Europees, Belgisch en Lokale) maar ook het klaslokaal de ideale podia.

Vakbonden en ngo’s moeten er voor zorgen dat de politieke ruimte die gecreëerd werd, ingenomen wordt. Hierbij moet wellicht nauwer samengewerkt worden met (partij) politiek maar moet men waakzaam zijn voor politieke recuperatie van de beweging. Men moet de vraag stellen of het zinvol is dat vakbonden blijven investeren in dure delegaties op de monsterbijeenkomsten en gemediatiseerde ministeriële conferenties van de WHO. De tijd is er beperkt, de agenda’s zijn er overvol en de onderhandelaars onbereikbaar. Is meer sturing, organisatie en reglementering niet wenselijk ? Kunnen de vakbonden en ngo’s het moordend ritme van jaarlijkse mondiale, continentale en nationale sociale fora aanhouden ? Moeten de thema’s en de vergaderfrequentie niet bepekt worden ? Dragen we geen water naar de zee ? Dirk Barrez, VRT-journalist (en ex-11.11.11.) pleit voor meer strategie binnen de andersglobaslistische beweging. "Anders riskeert het WSF een jaarlijks ritueel te worden zonder concrete impact en te verworden tot een andersglobalistisch Woodstock." Maken de vakbonden en ngo’s niet beter werk van een permanent internationaal secretariaat in de buurt van de bron, te Genève waar diplomaten en lobbyisten deals uitwerken in de tussentijdse periodes van twee jaar ?

Davos 2004 : stilte na de storm ?

Sinds Seattle maar vooral sinds Doha verloor de ondernemerselite haar glans. Amerika probeerde als dominante natie de politieke plooien enigszins glad te strijken na haar soloslim debacle in Irak op het WEF dat plaatsvond te Davos de week na Mumbai. Men wilde de onderhandelingen over de liberalisering van de wereldhandel in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) terug vlot trekken. Een twintigtal ministers van WHO-lidstaten wilden de onderhandelingen die in Cancun vastliepen nieuw leven inblazen. Maar de latente bedreiging van de veiligheid legde een schaduw over deze poging tot het oppoetsen van het blazoen. De geopolitiek overschaduwde nog steeds de economische thema’s. De bruggen die André Schneider, directeur van het WEF trachtte te geslagen naar de ngo’s en tussen moslims en niet -moslims zijn inmiddels reeds zwaar ondermijnd o.m. door het optreden van de Amerikaanse militairen tegen Iraakse gevangenen in de Abu Ghraibgevangenis, een herhaling van de wijze waarop de gevangenen van Guantanamo behandeld werden. De clash of civilisations valt niet te ontkennen en bedreigt de wereldeconomie. Een andere wereld moet.

Een klein lexicon

TRIPS, TRIMs, ATBT en GATS

De Wereld Handelsorganisatie (WHO) beschikt reeds van bij haar ontstaan in 1995 over krachtige handelswapens en tracht die systematisch uit te bouwen. Overeenkomsten binnen de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) of internationale milieuconventies zijn niet afdwingbaar en wegen bijgevolg lichter dan akkoorden binnen de WHO, deze kan overtredingen sanctioneren en is aan geen enkel nationaal parlement verantwoording schuldig.

TRIPS (Trade Related Intellectual Property Standards) regelen het intellectueel eigendomsrecht en verlenen patenten aan onderzoekers bijvoorbeeld van westerse farmaceutische bedrijven waardoor deze gedurende 20 tot 30 jaar de economische vruchten plukken van hun ontwikkelingen. Vitale medicamenten die tegen lage prijzen worden geproduceerd blijven zo gedurende decennia buiten het bereik van ontwikkelingslanden bijvoorbeeld in de strijd tegen HIV/aids, malaria en tuberculose.

TRIMs (Trade Related Investment Measures) regelen internationale investeringen in de goederenhandel. Buitenlandse investeerders mogen geen kwantitatieve beperkingen ondervinden en moeten gelijk behandeld worden met nationale ondernemingen. TRIMs maken het moeilijk om buitenlandse investeringen te integreren in de nationale economie, zo bijvoorbeeld kan een regering een buitenlandse producent niet verplichten om een deel van een bestellingen door te schuiven naar een binnenlandse onderneming.

ATBT (Agreement on Technical Barriers to Trade) bepaalt dat een productiewijze geen reden kan zijn voor het beperken van vrijhandel. Volksgezondheid (vb. hormonen, genetische manipulatie), sociaal ethiek (vb. kinderarbeid, dwangarbeid) of ecologie (vb. milieuvervuiling) zijn voor de WHO geen aanvaardbare argumenten om een product te weren. Ethisch labelen mag niet op basis van ATBT.

GATS (General Agreements on Trades in Services) trachten door cyclische onderhandelingsrondes de openbare diensten, gezondheidszorg en nutsvoorzieningen steeds verder te liberaliseren. België opende reeds de sector van het privaat hoger onderwijs voor GATS. Voor geopende sectoren geldt het principe van ’Nationale behandeling’ : buitenlandse ondernemingen hebben principieel recht op dezelfde behandeling als binnenlandse. De EU schreef een uitzondering in voor het verlenen van subsidies. ’Nationale behandeling’ zou kunnen leiden tot het gedwongen toelaten van buitenlandse onderwijsverstrekkers in andere onderwijssectoren. (Als binnenlandse concurrentie mag, dan ook maar buitenlandse.) GATS is eveneens een programma voor meer controle door de WHO op de interne regelgeving van landen. Nationale regels mogen niet meer belastend zijn voor vrijhandel dan strikt noodzakelijk. Een regering moet aantonen dat een getroffen regeling de minste overlast betekent voor vrijhandel, m.a.w. dat er geen lichtere maatregelen denkbaar zijn om hetzelfde doel te bereiken. Waarom dwingende CAO’s in plaats van vrijwillige bedrijfsovereenkomsten ? Waarom een loon in plaats van kost en inwoon ? Sommige landen willen zelfs dat alle voorstellen voor regelingen vooraf voorgelegd worden aan de WHO.

Répondre à cet article