Naar aanleiding van de verjaardag van 11 september vroegen de kinderen van een 6de leerjaar lager onderwijs in een Leuvense lagere school een actualiteitskring. Zij vonden dat zij ook hun mening over de actualiteit moesten kunnen zeggen. De leerlingen hadden duidelijke standpunten : "Amerika denkt van zichzelf dat het de baas over de hele wereld moet spelen." "Amerika heeft er wel voor gezorgd dat er nu angst is rond terrorisme en aanslagen. Dat komt ze nu wel goed uit." "Osama en z’n terroristen hebben dé symbolen van Amerika getroffen (WTC-torens). Dat is erger dan een oorlogsverklaring." "Amerika wil het terrorisme bestrijden met oorlog te voeren. Laat de Amerikanen het zelf oplossen. Engeland is stom dat ze met Amerika meedoen. Nu krijgt Europa een slechte naam. Zo gaan wij ook vijanden maken." "Vader Bush was een vriend van Osama. Het is er volgens mij te doen om de olie." "Als Amerika ons wil betrekken in een oorlog, vind ik dat de burgers van ons land hun mening moeten laten horen en daar moet rekening mee gehouden worden. De meeste burgers willen geen oorlog". De leerlingen formuleerden zelf ook onderwerpen voor de volgende actualiteitskringen : Waarom gebruikt men zelfmoordenaars om te moorden ? Wat soort mensen zijn dat ? Waarom zijn er zoveel kindsoldaten ? Waarom gebruikt men kinderen als soldaten ? De vooroordelen tegenover moslims in het Westen zijn toegenomen. Betekent dit geen gevaar ? Is het strijd tegen terrorisme of strijd om oliegebieden ? Wat houdt het conflict Irak - Amerika juist in ?
De kinderen stellen pertinente vragen. Ze willen inzicht krijgen in hoe onze wereld in mekaar zit en hebben een scherp rechtvaardigheidsgevoel. Zij voelen ook dat er oorlog in de lucht hangt. En willen er niet machteloos tegenover staan.
Hoe reageren we als leerkrachten ? Laten we discussies hierover toe, stimuleren we ze, hebben we zelf een inbreng ? Of verschuilen we ons veilig achter ’het leerplan dat dit niet voorziet’, en dat dit ook ’onze opdracht niet is’ ? Hebben we angst ’door de mand te vallen’ omdat we onszelf niet documenteren en geen standpunt (durven) hebben ? Maar wat betekent dan nog ’emancipatie’ en ’vorming’ van de leerlingen, als er over wereldvraagstukken niet kan geïnformeerd en gediscussiseerd worden ? Mislukken we dan niet in onze fundamentele taak hen te leren de wereld te begrijpen en mee te werken aan een rechtvaardige samenleving ?
De VS bereiden zich duidelijk voor op een oorlog tegen Irak. Door het moordend embargo stierven reeds anderhalf miljoen slachtoffers - waarvan één op drie kinderen - in 10 jaar tijd. Amerika wil heel de regio in brand steken. Het defensiebudget van de VS gaat pijlsnel de hoogte in. Het bedraagt bijna 400 miljard $ of 45% van alle militaire uitgaven in heel de wereld. De scholen in de Amerikaanse achterbuurten zullen er het eerste slachtoffer van zijn. De Franse regering verhoogt de defensieuitgaven in 2003 met 5,4 %. Het budget van onderwijs (+ 1,7 %) zit onder de gemiddelde stijging van het budget met 2,7 %. Op 17 oktober 2002 staakten en betoogden in heel Frankrijk duizenden onderwijsmensen van kleuterschool tot universiteit tegen de besparingen en afdankingen in het onderwijs. Hun slogan was "priorité à l’éducation". Le Monde drukt een sprekende cartoon af : een bouwvallige school ("budget en baisse"), naast een blits vliegdekschip met straaljagers ("budget en hausse"). De NAVO eist dat alle Europese ’bondgenoten’ hun defensieuitgaven verhogen. Onvermijdelijk zullen onderwijs en de sociale sector er het slachtoffer van zijn.
De Oproep voor een Democratische School onderschreef het internationale platform ’Stop the United States of Agression. Geen oorlog tegen Irak !’. (www.stopusa.be) Dit werd in België gelanceerd door drie vredesinspecteurs die Irak in april bezochten (uitgebreide informatie over deze reis vind je op de website van www.irak.be) Wij sluiten ons aan bij de vredesmanifestaties onder de duidelijk ordewoorden : ’geen oorlog, geen sancties, Palestina vrij’.