De “groote oorlog” wereldwijd bekeken

Facebooktwittergoogle_plusmail

Met de herdenking van “de groote oorlog” in het verschiet mocht een workshop over deze oorlog niet ontbreken op de “6 uren voor de democratische school”. Dominiek Dendooven, historicus en een van de drijvende krachten achter het “In Flanders Fields Museum” in Ieper is specialist in de rol van de koloniale troepen in WO I. Hij had het over militair racisme, belang van de niet-Europese troepen, beweegredenen om naar Europa te komen en erfenis van WO I wereldwijd. Tot slot gaf hij enkele praktische tips geven voor wie met een klas naar de Westhoek komt.

5 continenten in Vlaanderen

De uiteenzetting van Dominiek droeg als titel : 5 continenten in Vlaanderen tussen 1914 en 1918.
De multiculturele wereld waarin we nu leven was al zichtbaar in de Westhoek tijdens WO I. Er vochten mensen uit 50 staten.
Er waren heel wat mensen uit de kolonies of uit nieuwe staten. Ze namen deel aan de oorlog in de hoop om hiervoor achteraf beloond te worden, om bvb meer rechten te krijgen: Vlaamse beweging, zwarten in Zuid-Afrika. Maar ze kwamen bedrogen uit: geen enkele van hun eisen werd achteraf ingewilligd.

Er waren 3 grote wereldrijken aanwezig in de eerste wereldoorlog: het Britse (telde een derde van de wereldbevolking), het Franse en het Duitse.
De Britten en Fransen schakelden de mensen uit hun koloniale gebieden in voor de oorlog. De Duitsers konden dat niet door de blokkade. Zij zetten hun krijgsgevangenen in, o.a. Russen.
De Fransen gingen op een andere manier te werk dan de Britten: de Afrikanen moesten Franse staatsburgers worden en de beste manier om dat te doen was om hen in te schakelen in het leger: Senegalezen, Marokkanen, Algerijnen, Tunesiërs en anderen werden soldaat.

Racisme

De Britten schakelden hun mensen op een andere – racistische – manier in. Ze verdeelden de Indiërs. De Sikhs waren krijgshaftig en werden gerecruteerd voor het leger. Die behoorden ook tot de lagere kasten. Hindou’s en lieden uit de hoogste kasten zaten niet in het leger.
Uiteraard was de legertop 100% blank.
Daarnaast zetten de Britten niet-blanken in om te werken.
Daarvoor hadden ze 2 redenen:
1. ze wilden hun macht blijven uitoefenen op de kolonies en als de koloniale bevolking zou leren vechten konden die misschien de wapens tegen de Britten richten
2. de koloniale bevolking mocht bovendien niet zien hoe het “superieure” blanke ras elkaar bevochten

Er circuleerden ook heel wat spotprenten over deze “exotische” mensen en de propaganda stak vol racisme.

Er was echter niet alleen racisme t.o.v. de mensen uit de kolonies, maar ook binnen het eigen leger. Zo werden Bretoenen en Corsicanen in het Franse leger gediscrimineerd, net zoals Ieren in het Britse leger. De zigeuners kregen er ook van langs.

Loopgraven in Afrika

Een aspect van WO I dat vaak wordt vergeten is dat de oorlog niet enkel plaatsvond in de Westhoek en het Noorden van Frankrijk, maar ook vb in Afrika. Het Belgische leger haalde daar zelfs de grootste overwinningen.
Dominiek verwees hierbij naar het recentste boek van Lucas Catherine: Loopgraven in Afrika 1914 – 1918 – De vergeten oorlog van de Congolezen tegen de Duitsers (uitgeverij EPO).
Maar wat pas heel recent aan bod komt als men het heeft over WO I is de inzet van al die verschillende volkeren.

Dat de Canadezen meevochten is welbekend, maar wist je dat er ook heel wat Indianen uit dat land meevochten net als eskimo’s (Inuit) ?

Ook Australië en Nieuw-Zeeland stuurde soldaten naar de Westhoek, maar er waren ook heel wat Aboriginals en Maori’s.

Er vochten 40.000 Portugezen in de Leievallei, een grote groep Russen waren een compleet vergeten groep, er waren zwarte Zuid-Afrikanen, mensen uit de Caraïben, de Fiji-eilanden, Egypte etc…
Over al deze volkeren is onderzoek gebeurd en bestaan er boeken.
Behalve over de Franse koloniale troepen. Het is een schande dat er geen enkel goed boek bestaat over de inzet van tienduizend Algerijnen, Tunesiërs en Marokkanen.

Verhouding soldaten met plaatselijke bevolking

Een boeiend aspect is ook de houding van de plaatselijke bevolking t.o.v. al die “vreemdelingen”. Enkele pastoors uit de Westhoek hielden een dagboek bij. De bekendste is Achiel Van Walleghem: in 1913 werd hij onderpastoor in Dikkebus. Hij maakte daar WO I mee en bleef zolang mogelijk bij zijn parochianen. Als aalmoezenier van de Belgische vluchtelingen moest hij in mei 1918 vluchten naar Cagny in de Calvados in Frankrijk. Bij zijn terugkeer naar België werd hij dienstdoend pastoor in Dikkebus. Hij is vooral bekend door zijn oorlogsdagboek, dat in 3 delen uitgegeven werd te Brugge in 1964.
Schrijver en dichter Willy Spillebeen heeft dat dagboek nu hertaald en het komt binnenkort uit.
Waar Van Walleghem aanvankelijk lovend spreekt over de Chinezen, worden zijn woorden haatdragend na de oorlog.

Dit vraagt om wat uitleg. De Chinezen wilden deelnemen aan de grote oorlog, maar ze wilden geen militairen sturen. Reden was dat Japan een deel van China had bezet en dat de Chinezen moeilijk aan de zijde van Japan konden vechten. Hun bijdrage bestond er dan in dat ze arbeidskrachten leverden, eerst aan Frankrijk en later ook aan de Britten. Ze deden dit uit financiële overwegingen. Die 140.000 Chinezen bleven lang onzichtbaar omdat ze werkten in Franse fabrieken, maar ook in kampen woonden.

Maar na de oorlog werden ze ingezet om puin, munitie en lijken te ruimen. Toen de bevolking van de Westhoek in 1919 terugkeerde naar hun dorpen zagen ze niet alleen dat alles was verwoest, maar ook dat er alleen Chinezen rondliepen. Er waren er toen nog 13.000, meer dan Vlamingen. En soms pleegden die wel eens een misdaad waardoor alle Chinezen over dezelfde kam werden gescheerd en “krapuul” waren.

Katrien Verschaeve

Praktische tips

Dominiek eindigde zijn betoog met praktische tips voor wie met een klas naar de Westhoek komt.

1. Neem contact op met de educatieve dienst van het In Flanders Fields Museum” in Ieper: www.inflandersfields.be
Maak een afspraak met hen en ga met hen rond de tafel zitten in Ieper om voor je klas of groep een bezoek “op maat” te maken

2. Bezoek dan alles zelf wat je later met je leerlingen wilt doen:
het museum, een of meerdere kerkhoven

3. Bereid alles goed voor met je leerlingen

4. Schakel niet enkel de leerkrachten geschiedenis in, maar ook die van Engels, Nederlands, godsdienst, aardrijkskunde etc. …

5. Bezoek het museum best niet met een gids; verdeel de leerlingen in kleine groepjes en laat ze werken met een vragenlijst.

6. Alle jongeren zijn onder de indruk als je een kerkhof bezoekt. Voor kinderen met een vreemde nationaliteit komt WO I plots heel dichtbij als ze op een graf een Marokkaanse naam zien staan. Op de begraafplaats Saint-Charles de Potyze in Ieper rusten meer dan 4.000 Franse soldaten, waaronder heel wat Noord-Afrikanen.

7. Je kan je leerlingen ook laten meewerken aan het project “dodenlijst”


Katrien Verschaeve

[
Website van museum “In Flanders Fields” (Ieper) ->http://www.inflandersfields.be]

Deze site is het ideale middel om een bezoek voor te bereiden of er over na te kaarten. U vindt er alle praktische informatie over het museum, maar ook downloads, persoonlijke verhalen,. Of u kunt er de dodenregisters raadplegen.

Voor contact met Dominiek Dendooven, historicus en medewerker van het museum “In Flanders Fields” (Ieper):
dominiek.dendooven@telenet.be

Uit “duizend soldaten” van Willem Vermandere:

als ge van ze leven in de westhoek passeert
deur regen en noorderwinden
keert omme den tied als g’ alhier passeert
den oorlog ga j’ hier were vinden

ja ’t is den oorlog da ‘j hier were vindt
en ’t graf van duizend soldoaten
altied iemands voader altied iemands kind
nu doodstille en godverlaten

Tot slot nog eens Willem Vermandere met “Vladslo”:

In ’t Praetbos buiten Vladslo
Op dat massagraf van soldaten
Staan nu Käte Kollwitz’ beelden
Van God en mens verlaten
En ik ken geen heviger wereld
Geen menselijker bede
Dan die twee donkere stenen
Die zo diepe schreien om vrede.