Kent u het Pygmalioneffect?

Facebooktwittermail

Immigranten hebben het in België op diverse vlakken moeilijker dan in de meeste andere Europese landen, zoals blijkt uit een eerste vergelijkende studie van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) over de integratie van migranten en hun kinderen. In de studie lag de focus op huisvesting, onderwijs, arbeid, inkomen en discriminatie (De Morgen, 4 december 2012). Ik ben opgegroeid in de verpauperde volkswijk Brugse Poort in Gent, in een kansarm (en groot) gezin van Marokkaanse gastarbeiders.

Mijn vader was kostwinner, mijn moeder deed het huishouden. Ik heb persoonlijk ervaren hoe moeilijk het is om uit die vicieuze cirkel van kansarmoede en minderwaardigheidsgevoelens te raken. Dat er na de lagere school zoiets als ASO, BSO of TSO bestond, wisten wij niet. In het zesde leerjaar wist ik hoogstens dat ik naar het secundair onderwijs diende te gaan. Na het voltooien van het basisonderwijs adviseerde het toenmalig PMS (voorloper van het CLB) mij via een opmerking in mijn rapport – zonder bijkomende duiding – om een technische opleiding aan te vangen, ondanks het feit dat ik op één medeleerling na de primus was van de klas. De verwachtingen die leerkrachten en leerlingenbegeleiders hebben van de schoolprestaties van hun leerlingen, beïnvloeden die schoolprestaties.

Dit wordt het Pygmalion-effect genoemd: hoe hoger de verwachtingen die leerkrachten of leerlingenbegeleiders hebben, hoe beter de leerlingen gaan presteren. Het effect heeft ook een omgekeerde werking. Namelijk dat leerlingen waarvan de leerkrachten/leerlingenbegeleiders lage verwachtingen hebben, een schoolachterstand oplopen ten opzichte van hun medeleerlingen met dezelfde intrinsieke mogelijkheden maar waarvan de verwachtingen wel hoger zijn.

Dat het Pygmalioneffect in het Belgisch onderwijssysteem is verankerd, toont het rapport van het onderzoekscentrum Innocenti van de VN-kinderrechtenorganisatie UNICEF (november 2010) aan, waarbij men 24 welvarende OESO-landen vergeleek. België is het land met de grootste ongelijkheid in het onderwijs. Ook in het Innocenti-rapport van 2002 stond België als de slechtste leerling van de klas vermeld. Het Innocenti-rapport (2010) is gebaseerd op cijfers van het PISA-rapport (Programme for International Student Assessment) uit 2006. Men vergelijkt de scores van de (15-jarige) mediaanleerlingen met de leerlingen van het tiende centiel (dat is de score waar slechts 10 procent van de leerlingen onder zitten). Zowel voor lezen, voor wiskunde, voor natuurwetenschappen als voor de combinatie van de drie onderzochte domeinen is die kloof het grootst in België.

Ik heb het geluk gehad de sociale ongelijkheid van ons onderwijssysteem te kunnen ontlopen doordat op twee scharniermomenten in mijn schoolloopbaan (zesde lager onderwijs en zesde ASO) een goede vriend me heeft aangeraden om voort te studeren en dat tegelijk mijn ouders bereid waren me in die keuze te steunen. Bij het behalen van mijn ASO-diploma adviseerde het PMS mij om een opleiding van het korte type (hogeschool) te volgen in plaats van een universitaire studie en dit ondanks mijn mooie rapportcijfers. Een advies dat ik dankzij de tussenkomst van mijn goede vriend links heb laten liggen.

Onderzoekers van de Universiteit Gent en de KU Leuven begeleidden een project in Gent waarbij aan leerlingen van Turkse origine de mogelijkheid is gegeven om in bepaalde gevallen hun thuistaal te gebruiken in de klas. In hun rapport concluderen de onderzoekers dat het informele gebruik van de thuistaal goed is voor het zelfvertrouwen en het welbehagen van de leerlingen. Iets wat ik uit eigen ervaring kan onderschrijven. Bovendien staat het het leren van het Nederlands niet in de weg (De Morgen 23 november 2012). Als kind volgde ik ook buiten mijn schooluren gedurende acht jaar driemaal per week Arabische lessen, wat geen beletsel was voor het goede verloop van mijn schoolcarrière. Ik heb de bijlessen als een meerwaarde ervaren, aangezien het heeft bijgedragen tot mijn identiteitsvorming.

Volgens professor Piet Van Avermaet liggen de oorzaken van sociale ongelijkheid in het onderwijs vooral in de mechanismen van sociale ongelijkheid in de samenleving. Zo stelt hij dat het referentiekader van de ‘autochtone’ middenklasse van doorslaggevende aard is bij de invulling van de normatieve referentiekaders in het onderwijs. Zo geldt de Nederlands standaardtaal als dé algemeen geldende norm in het onderwijs, terwijl andere talen worden ondergewaardeerd in leerprocessen.

Illustratief hiervoor zijn ook de cijfers van de verleende strafstudies, die gisteren in de media circuleerden, wanneer in Vlaamse scholen kinderen Turks of Arabisch (Marokkaans) gebruiken. Dat scholen in 80 procent van de gevallen penaliserend optreden van zodra leerlingen in een andere taal communiceren is stigmatiserend en pedagogisch niet te verantwoorden.

Dat daarentegen het hierboven genoemde Gentse project verdere navolging en zelfs uitbreiding dient te krijgen, is aan te raden. Dit met het oog op het voortbrengen van een omstandig wetenschappelijk onderzoeksrapport dat mee kan worden genomen in het ‘onderwijsdebat’. Dat debat is tot op heden door de onderwijskoepels en politici op een krampachtige en paternalistische wijze gevoerd. Het wegwerken van de sociale ongelijkheid in het onderwijs is van primordiaal belang gezien het causaal verband tussen een gebrekkige onderwijsloopbaan en kansarmoede. Dat een op de drie kinderen van culturele minderheden in België opgroeit in precaire armoede terwijl het bij ‘autochtone’ kinderen een op twintig is, is onze zogenaamde ontwikkelde samenleving onwaardig.

Evenzeer verontrustend is dat uit de OESO-studie blijkt dat de tewerkstellingskloof tussen ‘autochtone’ Belgen en culturele minderheden in België 27 procent bedraagt. Dat in België de Marokkaanse en Turkse autoriteiten actief hoogopgeleide Belgen van Marokkaanse of Turkse origine rekruteren via seminaries om terug te keren naar het land van hun ouders/grootouders hoeft dus niet te verbazen. Gepaste politieke maatregelen zijn absoluut noodzakelijk of een leegloop van intellectueel menselijk kapitaal dreigt voor onze ogen plaats te vinden! Zo breek ik hier – ter bestrijding van discriminatie op de arbeidsmarkt – een lans voor de invoering van praktijktests.