“Dé pedagogische sleutel van een brede eerste graad is het coöperatief leren”

Facebooktwittergoogle_plusmail

Afgelopen schooljaar ontketende minister van Onderwijs Pascal Smet ei zo na een rel met zijn idee van een ‘brede’ eerste graad: “Niveauverlaging!”, “Vervlakking!” Vanwaar de heisa, vraagt Kris Denys van de koepel van methodescholen zich af. Want zo’n ‘brede’ graad is nieuw noch breed. En waarom zouden alleen leerlingen die zakken voor wiskunde en/of talen, zich moeten bekwamen in schrijnwerkerij of grootkeuken?

“Er zijn geen ‘sterke’ en ‘zwakke’ leerlingen,” zegt Kris Denys van de onderwijskoepel Fopem (Federatie van onafhankelijke pluralistische emancipatorische methodescholen). “Er zijn verschillen tussen leerlingen, maar iedereen wil in de eerste plaats leren, van de leerkrachten én van elkaar.”

Afgelopen schooljaar was er een kleine politieke rel in de maak: minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) wil het B-attest in de eerste graad van het secundair onderwijs afschaffen. Leerlingen die op het eind van het schooljaar een B-attest krijgen, hebben maar een beperkte toegang tot de studierichtingen in het volgende leerjaar; leerlingen met een C-attest moeten zittenblijven.

Dit voorstel van de minister was al langer bekend: je leest het al in de oriëntatienota Mensen doen schitteren van september 2010. Toch leidde het voorstel eind vorig schooljaar tot een discussie met coalitiepartners in de Vlaamse regering en tot soms afwijzende reacties bij beleidsmakers en scholen. Het afschaffen van het B- én het C-attest is nochtans de logica zelve als je een brede eerste graad wilt realiseren. En het is precies deze brede eerste graad die de gemoederen verhit.

André Oosterlinck, voorzitter van de Associatie van de KU Leuven, is resoluut in zijn afwijzing: “Zo’n basisgraad leidt tot niveauverlaging” en “Onze meestbelovende leerlingen worden in een harnas van grijsheid en vervlakking geduwd” (De Morgen van 21 juni 2012).

Toch is deze brede eerste graad die de minister voorstelt, niet zo ‘breed’ als je zou verwachten. Pascal Smet predikt helemaal geen onderwijsrevolutie; hoogstens wordt er in het onderwijslandschap een steen verlegd. In de nota is te lezen dat leerlingen die geen getuigschrift van het basisonderwijs behalen, afzonderlijk worden geplaatst, in een schakelblok. Dit is oude wijn in nieuwe zakken: ook nu is er in de eerste graad een B-stroom voor leerlingen zonder getuigschrift basisonderwijs.

En de brede eerste graad van minister Smet wordt wel heel smal als leerlingen vanaf het eerste leerjaar in het secundair onderwijs naast het basispakket een differentiatiepakket krijgen. Dit pakket scheidt de zogenaamd ‘betere’ leerlingen, die zich kunnen verdiepen in wiskunde en Latijn, van de ‘zwakkere’ leerlingen, die bijgespijkerd worden voor een of meer vakken. Differentiëren komt hier de facto neer op segregatie: groepen van leerlingen een afzonderlijk traject laten volgen volgens hun bekwaamheden.

Privilege

Fopem, de federatie van onafhankelijke methodescholen, ziet het anders. Geef ruimte aan middelbare én aan basisscholen om een ware brede eerste graad op te zetten. In die eerste graad van twee of drie jaar krijgen alle leerlingen een brede vorming die in het verlengde ligt van het curriculum in het basisonderwijs: van een intellectuele, levensbeschouwelijke, lichamelijke tot een sociale, artistieke en technische vorming. Waarom moeten Latijn en maatschappijkritische vorming het privilege zijn van de zogenaamd ‘sterke’ leerlingen? En waarom moeten alleen leerlingen die falen voor wiskunde en/of talen, zich bekwamen in schrijnwerkerij of grootkeuken? ‘Sterke’ en ‘zwakke’ leerlingen zijn er niet; er zijn verschillen tussen leerlingen, maar ze willen in de eerste plaats leren van elkaar en van de leerkrachten.

Zo’n brede eerste graad heeft alleen kans op slagen in een kleinschalige schoolomgeving met een warm, open leerklimaat. Leerlingen en leerkrachten kunnen zich niet thuis voelen in anonieme mastodonten van scholen en campussen, waar leerlingen consumenten zijn van individuele leertrajecten en leerkrachten ‘facilitators’ van die trajecten.

Een brede eerste graad is veel meer dan het groeperen van leerlingen van allerhande pluimage in één groep. Een brede eerste graad verlaat de strakke opdeling in vakken met soms dertien leerkrachten voor één klas. Projectonderwijs daarentegen integreert verschillende vakken zoals wiskunde, taal, geschiedenis, aardrijkskunde, filosofie… in een project.

Dé pedagogische sleutel van een brede eerste graad is het coöperatief leren van leerlingen én van leerkrachten. Coöperatief leren van leerlingen (zoals peer tutoring) betekent dat leerlingen die goed zijn in één domein, leerkracht zijn voor leerlingen die daar minder bedreven in zijn. Zo worden alle leerlingen een beetje leerkracht voor elkaar.

Coöperatief leren van leerkrachten (zoals teamteaching) betekent dat niet langer één leerkracht verantwoordelijk is voor één klasgroep. Bij teamteaching geven anderhalve of twee leerkrachten les aan een grotere groep leerlingen. Zo wordt een klas een atelier waar de leerlingen veel van elkaar leren over de leerstof en de leerkrachten veel leren van elkaar.

Moet minister Smet nu een revolutie ontketenen om een brede eerste graad op te leggen aan het onderwijsveld? Helemaal niet. Vernieuwingen stuur je niet vanuit het ministerie of een onderwijskoepel. Maar we roepen minister Smet op om zich even te laten inspireren door zijn verbeelding. Geef aan middelbare én aan basisscholen ruimte in de regelgeving om zo’n brede eerste graad uit te bouwen. En die ruimte zullen we in de nabije toekomst nodig hebben.

In Brussel, Antwerpen, Gent en in de centrumsteden worden nieuwe basisscholen gebouwd die inspelen op de toenemende vraag. Binnen een aantal jaar kloppen deze kinderen en ouders aan bij de middelbare scholen. In plaats van nog jaren te wachten met nieuwe klassen te bouwen in middelbare scholen kan minister Smet nu al het voortouw nemen om in de grote steden brede eerste graden te laten opzetten. Op onze steun kan hij rekenen.

Kris Denys

voor de raad van bestuur van Fopem (Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen)

Dit artikel verscheen als Opinie in het weekblad “Brussel deze week” van 30 augustus 2012