Crisis treft onderwijs in Spanje en Portugal

Facebooktwittergoogle_plusmail

De economische crisis die landen als Griekenland, Spanje, Portugal … treft, leidt ook tot pijnlijke besparingen in het onderwijs. Op tv konden we reportages zien over kinderen op Griekse scholen zonder eten. Hieronder enkele berichten over de situatie in Spanje en Portugal.

Pijnlijke besparingen in Spaans onderwijs

Spanje kende vijftien jaar lang een ongelooflijke groei. Zozeer zelfs dat vele jongeren stopten met hun studies, vooral om in de toen florissante bouwsector te gaan werken. De crisis van 2008 heeft de vastgoedbubbel uiteen doen spatten en dat is een harde klap: 1,5 miljoen leegstaande woningen, burgers met hypotheekschulden die soms door meerdere generaties gedragen worden. Op korte tijd is de jongerenwerkloosheid explosief toegenomen (van 25% naar 45%).

De nieuwe conservatieve regering bezuinigt. Resultaat voor 2012: een besparingspakket van vele miljarden, o.a. bij onderwijs, gezondheidszorg en onderzoek en ontwikkeling. In het onderwijs wordt in 2012 voor 3,62 miljard euro gesnoeid.

Universiteiten

– Verhoging van het inschrijvingsgeld met 100%.

– Drastische verlaging van studiebeurzen (toegekend op basis van verdienste en de punten van de studenten en bovendien op basis van het inkomen van de ouders).

– Een jacht op zittenblijvers (zij moeten instaan voor 30% van de reële studiekost)

Lager en secundair onderwijs

– Afschaffing van vernieuwende pedagogische programma’s.

– Afschaffing van de subsidies voor verenigingen van ouders en leerlingen.

– Verhoging van het aantal leerlingen per klas.

– Inkrimping subsidies voor schoolkantines en voor vervoer (met zware gevolgen voor plattelandsgebieden).

– Geen nieuwe maatregelen tegen het vroegtijdig schoolverlaten, dat 30% bedraagt.

Kleuteronderwijs

– Volledige afschaffing van de kinderopvang en kleuterscholen voor nul- tot driejarigen.

– Toepassing van de grondwet naar de letter: enkel tussen 6 en 16 jaar geldt leerplicht en gratis toegang tot de school. (dat belooft voor zowel de toekomst van de kleuterscholen als de derde graad van het secundair).

Leerkrachten

– Hergroeperingen en een extra werklast van 2,5 lesuren (van 60 minuten) per leerkracht. Resultaat: 8.000 niet vastbenoemde leerkrachten worden werkloos.

– Een loonsverlaging van 7%

– Zware beperkingen in de “detacheringen”, vooral voor de vakbonden.

– Benoemingsstop (dit jaar geen vergelijkende examens om vast benoemd te worden)

– Bij ziekte geen vervangers meer tijdens de eerste twee weken.

– Na drie maanden ziekte daalt de uitkering van de leerkracht tot 75%.

In Spanje hebben de 17 regio’s grote bevoegdheden, ook op vlak van onderwijs. De meeste regio’s worden bestuurd door rechts en volgen de centrale besparingsplannen op.

Jose Garcia

Portugese kinderen met lege maag naar school

Duizenden Portugese kinderen gaan met een lege maag naar school. Het woord crisis is deel gaan uitmaken van hun bescheiden woordenschat. En het ergste moet nog komen, voorspelt Unicef.
In openbare scholen hangen arme kinderen systematisch rond in de eetzaal, maar ze kopen niets. En de meesten krijgen ook niets. Door de drastische besparingen kunnen schoolbesturen alleen de allerarmsten een ontbijt aanbieden.

De economische crisis “treft de minderjarigen in dit land zwaar, en velen van hen zitten al in een risicosituatie”, zegt Ana Filgueiras, voorzitter van mensenrechtenorganisatie Cidadãos do Mundo (Burgers van de Wereld). Filgueiras is in Portugal geboren maar werkte in de jaren zeventig en tachtig in Brazilië waar ze de aandacht vestigde op de executie van Braziliaanse straatkinderen. De kinderen van migranten zonder papieren “zijn het meest kwetsbaar, want hen wordt de toegang tot de nationale gezondheidszorg ontzegd, en dat kan tot een zeer ernstige situatie leiden.”

Volgens Unicef heeft ruim 27 procent van de Portugezen jonger dan zestien het economisch moeilijk. Van de OESO-landen doen alleen Letland, Hongarije, Bulgarije en Roemenië het slechter. Het rapport stelt dat een kind minstens moet beschikken over drie maaltijden per dag, een rustige plaats om het schoolwerk te maken, een internetverbinding, twee paar schoenen en de kans om speciale gelegenheden zoals een verjaardag te vieren. Voor bijna de helft van de Portugese kinderen (46 procent) in eenoudergezinnen is dat niet het geval. Bij kinderen met werkloze ouders is de score nog slechter. Daar haalt 73 procent de Unicef-minima niet. Aangezien de meest recente cijfers op 2009 slaan, weet men nog niet precies wat de gevolgen van de meest recente besparingen zijn op kinderen en jongeren, zegt ze. Unicef vreest dat de jeugdarmoede volgend jaar flink zal toenemen in Portugal. “Het ergste moet nog komen”, stelt het rapport.

Mario Queiroz

(Bron: IPS)