Een brede school voor een breed publiek

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Marco Polo”, een school in de Offerandestraat in de Antwerpse Seefhoek behoort tot de Vlaamse secundaire scholen met het hoogste percentage GOK-leerlingen (1)

Uit onderstaand artikel (2) blijkt dat het schoolteam heel wat initiatief aan de dag legt om er een “brede school” van te maken.

“Voor onze volkskinderen”, dat is wat er te lezen staat boven de poort van SISO 2 Marco Polo, een Antwerpse secundaire school in hartje Seefhoek. Al meer dan een eeuw lang is deze school, ondergebracht in een oude patriciërswoning, een plaats waar leerlingen van verschillende rangen, standen en kleuren samenkomen om deel uit te maken van een pedagogisch project dat op hun maat ontwikkeld wordt. Anno 2008 komen diezelfde volkskinderen uit niet minder dan 45 verschillende landen, elk met zijn eigen achtergrond, elk met zijn eigen noden en interesses.

Meer dan ooit is dan ook een heel gerichte aanpak nodig om ook voor dit specifieke doelpubliek een kwaliteitsvolle leeromgeving te bieden. Net zoals elke school binnen een hedendaagse grootstedelijke context, wordt Marco Polo elke dag opnieuw geconfronteerd met een hele resem didactische, organisatorische en pedagogische uitdagingen.
Net zoals elke school binnen een grootstedelijke context, probeert Marco Polo ook al vele jaren een even brede waaier aan oplossingen te bieden. Al geruime tijd worden door individuele leerkrachten of door kleine werkgroepjes projecten uitgedacht en gerealiseerd die het globale pedagogische project moeten ondersteunen. We zijn er dan ook van overtuigd dat in een dergelijke projectmatige aanpak een mogelijke sleutel ligt tot succes in het moderne, interculturele onderwijs. Projecten bij de vleet, maar waar het in het verleden nog al te vaak aan ontbrak was een rode lijn, een structuur die van al deze deelprojecten een coherent geheel maakte.

In 2006 beslisten we om via het concept Brede School een ruim kader te creëren waarbinnen alle reeds bestaande initiatieven naast een hele reeks nieuwe deelprojecten hun plaats konden vinden. Zo konden we een structuur opbouwen waarbinnen we via een aantal functionele doelstellingen en een heldere methodiek, een duidelijke richting konden geven aan waar we al zo lang mee bezig waren. We dienden het project in bij verschillende instanties en kregen o. a. steun van de Koningin Paolastichting met “School van de Hoop”.

Een van de basisprincipes van de Brede School is dat het pedagogisch en didactisch handelen van leerkrachten en leerlingen gekaderd wordt binnen de maatschappelijke context en inspeelt op de noden van niet alleen de leerlingen, maar ook van alle componenten die deel uitmaken van hun omgeving. Een krachtige leeromgeving is een omgeving waarin leerlingen op een functionele en levensechte manier kennis en vooral vaardigheden vergaren. Het is vanzelfsprekend dat de leerling centraal blijft staan. Alleen maakt deze leerling nu deel uit van een zeer breed sociaal netwerk waarbij partners uit verschillende achtergronden hun rol kunnen spelen in de ontwikkeling van de leerling.

Toch is het geen eenrichtingsverkeer. Ook de partners moeten baat hebben bij hun samenwerking met de school. Een win-winsituatie dus, waarbij het ontzettend belangrijk is dat alle partners optimaal betrokken worden bij het uitdenken en bij de uitvoering van het project. Enkel dan kan een Brede School een kwaliteitsvol resultaat bereiken. Deze partners situeren zich op verschillende niveaus: de school zelf, de ouders, de buurt,vrienden, maatschappij, enz.

Uiteraard is een Brede School, meer nog dan andere pedagogisch-didactische projecten, gericht op de optimale ontplooiing van de individuele leerling binnen zijn globale leefomgeving. Voor het uitdenken van onze Brede School zijn we dan ook vertrokken vanuit de verschillende facetten die deel uitmaken van die leefomgeving.

We wilden ons project stoelen op vier grote pijlers: Leerling en school; Leerling en ouders; Leerling en gezondheid / vrije tijd; Leerling en buurt / maatschappij. Onder deze vier koepels worden tientallen deelprojecten ondergebracht die we in wat volgt kort willen toelichten.

Pijler 1: Leerling en school

In eerste instantie maakt een leerling natuurlijk deel uit van de school. Als school proberen wij onze leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomstige rol op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Gezien de specifieke situatie in onze school, hebben we het hele didactisch-pedagogische project herdacht om het zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij de concrete noden van onze leerlingen.

Sinds enkele jaren hebben we in onze school, door de veranderende socio-economische realiteit in de buurt, enkel nog beroepsopleidingen: voedingverzorging en mode. Daarnaast is er sinds 6 jaar ook een Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers (OKAN) waarin jongeren die pas in België zijn aangekomen de kans krijgen om een op maat gemaakt taalbad Nederlands te volgen. De voorbije jaren is echter gebleken dat deze richtingen in hun traditionele vorm niet volstaan om al onze leerlingen te bieden wat ze nodig hebben.

We hebben dan ook twee bijkomende en unieke richtingen uitgedacht:de beroepsopleiding gezinsmanagement (enkel derdegraad) en de schakelklassen. Hoofddoelstelling van dit alles: vroegtijdige, ongekwalificeerde schooluitval tegengaan door leerlingen intrinsiek te motiveren, door krachtige leeromgevingen aan te bieden en door hen veel gerichter voor te bereiden op een eventuele doorstroming naar een vervolgopleiding of naar de arbeidsmarkt.

De opleiding gezinsmanagement (met zevende jaar polyvalente gezinscoach in voorbereiding) is een zeer brede beroepsopleiding die in hoofdzaak allochtone meisjes voorbereidt op hun cruciale rol in de maatschappij. We merkten vroeger dat veel meisjes in de traditionele beroepsopleidingen afhaakten van zodra ze 18 werden om dan voor hun gezin te gaan zorgen. Uiteraard werkt dit allesbehalve integratiebevorderend en is het ook nefast voor de kwaliteit van de opleidingen zelf. We geloven dat we dergelijke patronen enkel kunnen veranderen door ze aan de basis aan te pakken. Daarom krijgen de leerlingen in gezinsmanagement een ruime, emancipatorische opleiding. Ze leren er op een moderne manier hun gezin runnen en ze krijgen de instrumenten mee om op zelfstandige basis hun rol in de maatschappij te vervullen. (bankzaken, kennis van de Vlaamse onderwijsstructuur en andere instellingen, bewuste vrijetijdsbeleving,. . . ) Bovendien leren ze ook hoe ze aan hun eigen kinderen alle kansen tot ontplooiing kunnen bieden die in onze maatschappij aanwezig zijn. Op die manier wordt emancipatie van generatie op generatie doorgegeven. Gezinsmanagement is ook meer dan dat. Ook tewerkstelling blijft een streefdoel. In het zevende jaar worden de leerlingen verder opgeleid tot polyvalent gezinscoach en zijn zij in staat een extern gezin in al zijn facetten te runnen en te begeleiden. Op de arbeidmarkt is momenteel een zeer grote vraag naar deze “moderne nannies” En de opleiding zelf. . . die werkt! Zowel vorig jaar als dit jaar zijn het maximaal aantal leerlingen ingeschreven en in twee jaar tijd is nog geen enkele leerling vroegtijdig uitgestapt. Bovendien willen alle leerlingen in het zesde jaar ook hun zevende jaar aanvatten, opmerkelijk voor leerlingen die tot voor kort op het punt stonden de school te verlaten. In het verleden merkten de OKAN-leerkrachten dat leerlingen die gedurende één schooljaar Nederlands hadden geleerd, vaak faalden bij hun doorstroming naar het reguliere onderwijs. Het spreekt voor zich dat het grootste segment van de nieuwkomers op amper één schooljaartijd niet voldoende Nederlands kan leren om succesvol mee te draaien in het reguliere onderwijs. Ook hier waren de gevolgen dramatisch: watervaleffect, ondergekwalificeerde uitstroom, vroegtijdige schooluitval.

De Technische en sociale schakelklas proberen op deze problematiek een antwoord te bieden. De hoofddoelstelling is om via een gediversifieerd en goed uitgebouwd vakkenpakket ex-OKANleerlingen beter voor te bereiden op de toch al aartsmoeilijke overstap naar het vervolgonderwijs. We proberen de leerlingen er grondig voor te bereiden op een beroeps- of technische opleiding in respectievelijk technische en sociale sectoren. Dit gebeurt in drie parallelle segmenten. In de eerste plaats krijgen de leerlingen een ruime algemene vorming mee. Dit gebeurt uiteraard door het taalbad algemeen Nederlands verder te zetten, maar ook door binnen PAV (project algemene vakken) en het gehele vakkenpakket verschillende maatschappelijk relevante thema’s aan te snijden die ook de vakoverschrijdende vaardigheden bij onze leerlingen verder moeten ontwikkelen(sociale vaardigheden, ecologisch werken,. . . ).

Vervolgens is er ook een component specifieke vakken. Specifieke vakwoordenschat, theorie, functionele wiskunde,. . . allemaal staan ze in dienst van de verschillende praktijkmodules. We hebben er immers voor gekozen om onze leerlingen kennis te laten maken met verschillende mogelijke beroepssectoren in beknopte modules. Zo werken we voor de technische schakelklas o. a. rond houtbewerking, schilderen, elektriciteit, automechanica, lassen,. . . . In de sociale schakelklas komen leerlingen in aanraking met haarzorg, verzorging, koken, schoonmaak, mode en verkoop. Voor deze modulaire aanpak werd ook gekozen in functie van het derde belangrijke opleidingssegment: studiekeuzebegeleiding. Om preventief vroegtijdige schooluitval tegen te gaan is het uiteraard van kapitaal belang om de leerlingen voldoende geïnformeerd de studie- of arbeidsmarkt te laten betreden. Ook hier voorlopig een succesverhaal: de slaagkansen en het welbevinden van leerlingen die uit de schakelklas komen, blijken effectief gestegen te zijn. Het gaat om voorlopige cijfers, want het project is nog heel jong, maar het is veelbelovend.

Deze twee opleidingen vormen de meest arbeidsintensieve bouwstenen van de pijler leerling-school in het bijzonder en van onze Brede School in het algemeen. We werken er samen met een zeer breed veld aan partners uit allerlei categorieën. Daarnaast zijn er echter nog tal van andere activiteiten die de interactie tussen leerling en school moeten verbeteren: een zeer uitgebreid taalbeleid dat in volle ontwikkeling is, keuze voor alternatieve, meer functionele evaluatievormen en een pakket werkvormen dat van onze leerlingen verantwoordelijke, zelfsturende en geëmancipeerde burgers moet maken.

Pijler 2: Leerling en ouders

In scholen met een groot allochtoon en/of kansarm publiek klinkt altijd dezelfde vraag: ’’Hoe krijgen we de ouders van onze leerlingen naar de school?’’ Er zijn al ontelbare antwoorden gezocht op deze vraag, maar een pasklare oplossing is er niet. Het spreekt voor zich dat ouderbetrokkenheid en –participatie twee sleutelbegrippen zijn voor kwaliteitsvol intercultureel onderwijs.

Onze primaire doelstelling is om zoveel mogelijk van onze leerlingen zowel op studiegebied als op persoonlijk vlak maximale ontplooiingskansen te bieden. Dat betekent bijvoorbeeld dat leerlingen volgens eigen interesses en mogelijkheden een bepaalde studierichting mogen kiezen, maar ook dat zij vrij kunnen deelnemen aan het culturele, sportieve en sociale netwerk in hun leefomgeving. Vooral voor allochtone meisjes blijkt dit vaak nog een delicaat punt te zijn. Daarom geloven we dat we onze ouders via ervaringsgerichte informatie en sensibilisering vertrouwd moeten maken met de moderne school die we willen zijn. Al te vaak nog zien ze de school als een statische organisatie waarbinnen hun kinderen een opleiding krijgen en gestraft worden indien ze zich niet aan de regels houden. Al te vaak nog moet contact met de school er voor hen enkel zijn op momenten dat er iets misgaat, bijvoorbeeld bij tuchtmaatregelen. Uiteraard willen wij afstappen van deze visie en willen we ook de ouders ervan overtuigen dat onze school een dynamisch geheel is waarbinnen alle facetten van het leven aan bod kunnen komen en waarbinnen ook zij als ouders hun rol kunnen spelen. Hiertoe werden verschillende initiatieven ontwikkeld.

Elke maand is er in onze school een contactmoment waarop ouders op een informele manier en met ondersteuning van tolken informatie krijgen over bepaalde aspecten van de schoolwerking. Hier wordt ook gepolst naar de eventuele bereidheid van de ouders om mee te werken aan komende projecten. De ouders krijgen ook één keer per jaar de kans om een kijkje te nemen in de klas van hun kinderen.

Vanaf volgend jaar zullen de leerlingen van 7 Polyvalente Gezinscoach de logistieke en administratieve ondersteuning van ouders op zich nemen. Heel vaak hebben ouders door hun taalachterstand vragen bij officiële documenten die ze moeten invullen of over instanties waar ze terechtkunnen. Het is de bedoeling dat de leerlingen zelf zo worden opgeleid dat ze de ouders op een vast permanentie moment kunnen bijstaan en eventueel doorverwijzen.

Er wordt een taalklas Nederlands voor ouders ingericht in de school. Enkele uren per week kunnen moeders en vaders hier Nederlands leren. Dit gebeurt in samenwerking met studenten van de Hogeschool Antwerpen. Het voordeel van een dergelijke aanpak is dat de drempel voor moeders kleiner is wanneer ze les kunnen volgen in de buurt van hun kinderen en aan de andere kant leren ouders op die manier de school ook van binnenuit kennen.

Er is ook een klusjesatelier waarbinnen de leerlingen van de technische schakelklas kleine klussen opknappen in en buiten de school. De bedoeling is dat deze klusjes steeds in functie staan van de lopende praktijkmodule. Zo werden dit jaar bijvoorbeeld alle banken op de speelplaats gerestaureerd en herschilderd. Onze bedoeling is dat op termijn hier ook vaders zouden instappen om op een leuke manier kennis te maken met de school van hun kinderen.

Pijler 3: Leerling en zichzelf/vrije tijd

Een gezonde geest in een gezond lichaam, ook voor onze leerlingen is dat niet anders. Binnen de derde pijler van onze Brede School trachten we de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen te bevorderen in één groot projectrond het thema gezondheid.
Gezondheid moet ook voor onze leerlingen een sleutelthema zijn. Toen we merkten dat veel leerlingen lunchten met een halve liter cola en een zak chips, was het hoog tijd om aan de alarmbel te trekken. Er ontstonden een heleboel initiatieven rond gezonde voeding, lichaamsbewegingen respect voor je eigen lichaam. Daarnaast bestaat er nog een hele reeks kleinere initiatieven rond het thema gezondheid. Het zou ons te verleiden om al deze deelprojecten hier te overlopen, maar enkele ervan willen we u toch niet onthouden.

In samenwerking met de Weight Watchers organiseren we wekelijks een gratis cursus voor leerlingen met overgewicht(uiteraard op vrijwillige basis), er is elke week de gezonde donderdag waarop leerlingen aan spotprijzen vers fruit en verse soep kunnen aankopen op de speelplaats.

Er werd allerhande sportmateriaal aangekocht,waaronder een outdoor ping-pongtafel, om de leerlingen de kans te bieden om te sporten op de speelplaats.

Verder is er ook i. s. m. SENSOA een groot project rondrelatie- en seksuele vorming bij OKAN-leerlingen. Onze leerlingen zijn enthousiast, de deelnamegraad aan de verschillende activiteiten is groot.

Veruit het grootste luik binnen Marco Polo’s XS is het het Vrijetijdsproject. In het verleden is gebleken dat ons doelpubliek, mede door de taalachterstand en culturele achtergrond, vaak geen of een beperkte toegang heeft tot het vrijetijdscircuit. Daarom hebben we ons als doel gesteld om in eerste instantie te werken rond sensibilisering wat betreft vrije tijd bij ouders en leerlingen, maar ook rond het informeren over het aanbod in de stad. In een eerste fase begeleiden we de leerlingen heel intensief naar die vrijetijdsmarkt, maar op termijn is het de bedoeling dat we streven naar een groeiende zelfstandigheid zodat onze leerlingen uit eigen beweging de juiste clubs en verenigingen kunnen vinden, zich inschrijven en eventueel ook andere familieleden meenemen.

Daarvoor zijn er drie deelinitiatieven:


Woensdagnamiddagactiviteiten

Bijna elke woensdagnamiddag wordt er voor de leerlingen een gratis activiteit georganiseerd i. s. m. verschillende partners. Soms gaat het om interscolaire sportactiviteiten georganiseerd door de Stichting Vlaamse Schoolsport (volleybal, zaalvoetbal,. . . ), maar we hebben uit eigen initiatief ook een initiatie buikdans (enkel voor meisjes), een workshop capoeira, een fietstocht, een bezoek aan de tekenschool,. . . georganiseerd. De bedoeling van de activiteiten op woensdagnamiddag is vooral om onze leerlingen kennis te laten maken met verschillende vormen van vrijetijdsbesteding.

Vakantiewerking

Tijdens de schoolvakanties is er in de stad een enorm aanbod aan sportieve en culturele activiteiten voor jongeren. We willen in de eerste plaats onze leerlingen helpen om dit aanbod te leren kennen en vervolgens ook om hen er naartoe te begeleiden. Indien de activiteiten geld kosten, betaalt de school de helft en de leerling zelf de andere helft. Indien onze leerlingen niets zouden moeten betalen zouden we immers voorbijgaan aan onze hoofddoelstelling om hen op langere termijn zelfstandig naar de vrijetijdsmarkt door te laten stromen. Als je alleen gaat is het ook niet gratis. We bieden in dit kader bijvoorbeeld een goedkope fitnesspas aan voor een gymcentrumin de buurt, een sportdag georganiseerd door de Provincie Antwerpen,. .

Vrijetijdsdag

Omdat we met bovenstaande initiatieven nog niet alle leerlingen bereiken, wordt bij het begin van het schooljaar ook een vrijetijdsdag georganiseerd. Hier moetenalle leerlingen van de school uit een ruim aanbod één culturele en één sportactiviteit kiezen. Vorig jaar hadden we o. a. fotografie, museumbezoek, flamenco, judo,zwemmen,. . . We streven met deze vrijetijdsdag uiteraard naar een actieve doorstroming van de leerlingen naar het vrijetijdscircuit in de stad. Enerzijds is het daarom belangrijk dat we kiezen voor partners, organisaties,clubs,. . . in de buurt van de school. Op die manier zullen leerlingen sneller het aanbod leren kennen en ook gemakkelijker instappen. Anderzijds organiseren we deze dag ook steeds bij het begin van het schooljaar. Dit is meestal ook de start van een nieuw sportief en/of cultureel seizoen en dus het moment bij uitstek om in te stappen in een club. Het spreekt voor zich dat een dergelijke vrijetijdsdag grondig wordt voorbereid en dat de doelstellingen op voorhand met de leerlingen worden besproken. Achteraf is een grondige nabespreking en verwerking noodzakelijk en zullen de leerlingen begeleid moeten worden bij hun eventuele inschrijving. Enkel zo kunnen we de continuïteit van het project garanderen.

Pijler 4: Leerling en buurt/maatschappij

De laatste pijler waarop onze Brede School is gebouwd is die van de interactie tussen de leerling en de maatschappij waarbinnen hij functioneert. Om een goed gewapend burger te worden is het noodzakelijk dat leerlingen in aanraking komen met en begrip leren opbrengen voor verschillende facetten en deelgroepen in onze samenleving. Ook in dit kader worden een heleboel deelprojecten georganiseerd.

Een van de paradepaardjes is zeker het MYTYLproject. Dit is een initiatief waarbij leerlingen uit verschillende klassen van onze school een heel jaar lang op regelmatige basis samenwerken met een lagere school en met een school voor mentaal en fysiek gehandicapte jongeren. Elk jaar wordt gewerkt rond een bepaald thema(film, muziek,. . . ) en leren de leerlingen van de verschillende scholen ook andere groepen jongeren met hun eigen specifieke problemen kennen. Op het einde van het schooljaar gaan alle betrokken leerlingen samen een week op zeeklassen en wordt uiteindelijk alles wat ze het voorbije jaar gerealiseerd hebben, voorgesteld in een spectaculaire slotshow.

We hebben ook een uitgebreide bejaardenwerking. Leerlingen van de sociale schakelklas en van de derde graadverzorging werken verschillende activiteiten uit voor bejaarden. Er zijn koffiekransjes, er wordt een toneelstuk gemaakt dat wordt opgevoerd in verschillende RVT’s inde buurt, er zijn spelletjesnamiddagen, begeleiding van de bejaarden tijdens uitstappen.

Analoog met de bejaardenwerking is er ook een kleuterwerking. De leerlingen van de tweede graad verzorging en van gezinsmanagement zorgen voor een gezond ontbijt, verzorgen voorleesmomenten,. . . en de leerlingen van de richting mode maken leuke dekentjes voor de kleuters. In het deelproject soepbedeling wordt door verschillende klassen een grote hoeveelheid verse soep gemaakt die vervolgens door de leerlingen zelf wordt uitgedeeld in een daklozencentrum in de buurt. Ook voor het goede doel is het jaarlijkse Marco Polo doet goed-project. Hierbij verkopen leerlingen zelf gemaakte spulletjes (bloempotjes, snoepzakjes, vers fruitsap,. . . ) en de opbrengst hiervan gaat integraal naar verschillende goede doelprojecten zoals SOS Kinderdorpen.

Jaarlijks wordt er een grote interculturele projectweek georganiseerd. Hierbij werken onze leerlingen in klasoverschrijdende groepjes aan verschillende creatieve werkstukken. Het is de bedoeling met deze werkstukken een groot toonmoment uit te werken op het einde van de week. Dit jaar hebben we de projectweek georganiseerd in samenwerking met het Museum aan de Stroom (MAS) dat in opbouw is. Samen met de jeugddienst organiseerde het MAS op 25 januari een happening om het MAS naambekendheid te geven in de stad. Concreet was het onze taak om de toekomstige collectie van het MAS voor te stellen en tegelijk publiciteit te maken voor het museum in opbouw. Omdat de projectweek ook als een ideaal moment wordt beschouwd om de school en de buurt in contact te laten treden werd er dit jaar voor gekozen om met ons project buiten de schoolmuren te gaan. We hebben een grote parade (MURGA) georganiseerd van de schoolnaar de werf van het MAS. Tijdens deze Murga konden onze leerlingen hun creatieve werkstukken tonen aan de hele stad. Enkele ouders hebben zelfs meegewerkt in de voorbereidende workshops.

Knelpunten en uitdagingen van een Brede School

Marco Polo’s XXL is in zijn huidige vorm een vrij jong project. Het feit dat het project organisch gegroeid en gestructureerd is vanuit een heleboel bestaande initiatieven, maakt wel dat zelfs na twee jaar het project al een vrij solide basis heeft waarop nu kan verder gebouwd worden. Er blijven wel een groot aantal knelpunten en mogelijke struikelblokken. Omdat het om een ontzettend breed project gaat, blijven de controleerbaarheid van het geheel en niet in het minst het bewaken van de vooropgestelde doelstellingen een heikel punt. Ook het garanderen van continuïteit blijkt geen sinecure.

We hebben twee mechanismen ingebouwd om een mogelijk antwoord te bieden op deze problemen. Enerzijds is het project ingebed in een duidelijke hiërarchische structuur. Twee leerkrachten nemen de algemene coördinatie op zich en de andere leerkrachten zijn per twee of drie verantwoordelijk voor één van de vele deelprojecten. Op die manier ontstaan er een hele reeks werkgroepen die vrij autonoom, maar onder controle van de algemene coördinatie, hun werkplannen en doelstellingen verder uitwerken en de contacten met de verschillende partners verzorgen. Uiteraard betekent dit laatste dat je van alle leerkrachten een gelijkwaardige inzet moet verwachten en dat is niet altijd evident.

Daarom hebben we een tweede mechanisme voorzien waardoor de bijkomende werkdruk voor leerkrachten zo laag mogelijk wordt gehouden. Alle deelprojecten worden naar inhoud zoveel mogelijk ingekapseld in de bestaande lesprogramma’s. Een bepaalde klas en een bepaalde leerkracht nemen alleen maar deel aan een project als dit aansluit bij hun eindtermen en leerinhouden.

Een voorbeeld: in het kader van het project MYTYL ontwerpen de leerlingen van 5 en 6 mode speciale kledij voor gehandicapte jongeren. Omdat het tekenen van patronen en het ontwerpen en uitvoeren van kleding binnen het lesprogramma valt, vormt de uitvoering van dit projectonderdeel geen bijkomende belasting. Deze functionaliteit is niet alleen een troef naar de leerkrachten toe, maar ook voor de leerlingen zelf. Zij krijgen immers de kans om hun vaardigheden te verwerven in een levensechte en krachtige leeromgeving wat hen een heel stuk meer wapent om de arbeidsmarkt te betreden. En op die manier wordt één van de basisdoelstellingen van het project meteen ook zelf een middel om een succesvolle uitvoering te garanderen.

Joris VERLINDEN

Mede-projectcoördinator

Marco Polo’s XXLSISO 2 Marco Polo

Offerandestraat 19

2060 Antwerpen

03/232. 57. 40

(1) Zie “Het grote scholenrapport” in De Morgen, 16 juni 2012
en ons artikel in De democratische school, nr. 50, juni 2012.

(2) Dit artikel werd overgenomen uit het tijdschrift Welwijs, 2008 jaargang 19 nr. 1