Waartoe dient onderwijs?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Ovds (Oproep voor een democratische school) organiseerde op 14 maart in Gent een debatavond rond “Waartoe dient het onderwijs?”.

De discussieavond over onderwijs van OVDS te Gent werd ingeleid met een filmpje waarin jong en oud een kort antwoord geven op de vraag “Waartoe dient onderwijs?”. Daarna ging een groep van 42 mensen die avond verder aan de slag met die vraag. Iedere aanwezige kon namelijk zijn gedacht uitspreken in kleine groepjes. Nadien werden de conclusies gedeeld met de andere groepjes.

Een kort overzicht van hun antwoorden:

• Onderwijs dient om kinderen een onderzoekende houding in een zinvolle context mee te geven maar ook passie, vertrouwen, samenwerken, talenten te ontdekken…

• Onderwijs dient om waarden en normen mee te geven, maar welke zijn dat dan en vertrekken we niet vanuit een middenklasse? Wat zijn dan universele waarden en normen en hoe gaan we daarmee om? Onderwijs dient om kinderen te stimuleren om een samenleving van binnenuit te veranderen en daarom is burgerschapsvorming noodzakelijk.

• Onderwijs dient om de eigen capaciteiten te kunnen inzetten in de samenleving. Dat geldt evengoed voor kinderen als voor volwassenen (levenslang leren), om te leren samen werken en te leven in groep.

• Onderwijs dient om kennis te vergaren, maar dat is anders in het beroepsonderwijs. De arbeidsmarkt zet onderwijs onder druk om kinderen/jongeren klaar te stomen voor de markt, hierdoor gaat er weinig aandacht naar échte denken.

• Onderwijs dient voor een brede vorming, gericht op talent, goesting krijgen in dingen, “ik” en de maatschappij en daarin gelukkig zijn en niet alleen omwille van de leerprestaties. Zo dienen kinderen/ jongeren mee te bouwen aan een samenleving. Ook heeft onderwijs een functie als het gaat over cultuuroverdracht.

Roger Standaert, professor UGent en voormalig hoofd van de Entiteit “Curriculum” op het Departement Onderwijs, was die avond als onderwijsexpert aanwezig en luisterde naar de verschillende meningen. Zo reageerde de professor op de invloed van de markt op onderwijs. Hij nuanceert de invloed van de arbeidsmarkt op onderwijs, de bedrijven komen niet aankloppen bij de overheid om eindtermen aan te passen. Het is eerder de globalisering (die steeds meer draait rond het maken van winst) die het onderwijs beïnvloedt. Het is bijvoorbeeld een tendens binnen onderwijs om scholen te vergelijken, te benchmarken, de obsessie voor toetsing steekt zijn kop op want punten worden dan later centen… . Dat onderwijs ernaar streeft dat afgestudeerden later de kost verdienen past bij de kwalificerende functie van onderwijs.

Roger Standaert noemt deze kwalificerende functie samen met de acculturatie- en de persoonlijke ontplooiingsfunctie de drie rollen van onderwijs in een samenleving. De acculturatiefunctie betekent dat kinderen en jongeren leren lezen, rekenen, schrijven, sociale en democratische vaardigheden ontwikkelen, enz.. De aanwezigen in de zaal en de reacties in het inleidend filmpje tonen dat deze mensen vooral belang hechten aan die laatste twee functies van onderwijs.

De professor motiveert het belang van processen en vooropgezette doelstellingen, eerder dan verregaande vergelijkingen, toetsen en examens omdat onderwijs ook complexe doelstellingen op langere termijn realiseert die moeilijk op een klassieke wijze kunnen gemeten worden. Hij eindigt zijn lezing met een volgens hem grote uitdaging voor de eenentwintigste eeuw voor onderwijs: een goed uitgekiende differentiatiedidactiek.

Meer hierover is te lezen in de tekst van prof. Standaert over coherent onderwijs, uitgedeeld op de discussie-avond.

Als laatste spreker ziet Romy Aerts (voorzitster van OVDS) de functie van een democratische school om alle jongeren de kennis en vaardigheden aan te brengen zodat dit hen in staat stelt de wereld te begrijpen en deel te nemen aan zijn verandering. Zij illustreert met enkele bevindingen uit de Ovds-enquête bij 3000 leerlingen van de derde graad dat veel 17- en 18-jarigen onvoldoende knowhow hebben om de uitdagingen van vandaag en morgen te begrijpen en te veranderen. Het verschil tussen BSO en ASO verklaart Romy Aerts aan de hand van de eindtermen voor geschiedenis in BSO (binnen het vak PAV) en ASO. Zij vraagt zich dan ook af waarom het onderwijs aan een toekomstige lasser of schoonmaakster minder maatschappelijk relevante kennis en kritisch inzicht moeten bijbrengen dan aan een toekomstige manager of dokter?

De voorzitster sluit de avond af met de visie op algemeen vormend en polytechnisch onderwijs tot 16 jaar, dit is een van de tien puntenwaar OVDS momenteel actie rond neemt. Uit de zaal kwam de bedenking ronddifferentiatie en organisatie van onderwijs wanneer kinderen tot hun 16-jaar samen in een klas zitten. De tijd was er helaas niet meer om de discussie te openen. Een volgende discussie-avond wordt beslist eentje over dat polytechnisch onderwijs!

Katrien De Maegd

Bijlagen bij dit artikel:

Presentatie (PowerPoint) van Romy Aerts
(pdf-bestand ONDER dit artikel)

[Reflecties over een coherent onderwijs van Roger Standaert

->1406]