De hoofdzaak van de verlichting

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het hoofddoekenverbod wordt uitgebreid naar het hele gemeenschapsonderwijs en heel Antwerpen. Maar zijn enkele moslimmeisjes werkelijk een bedreiging voor de idealen van de verlichting? Integendeel, betoogt een groep academici, het zijn juist de verlichtingsidealen die te vaak als excuus worden gebruikt voor discriminatie en onderdrukking.

In hun opiniestuk (De Standaard, 10 september) brengen Benno Barnard, Wim Van Rooy en Johan Sanctorum het hoofddoekendebat terug tot een beschavingskwestie, de hoofddoek als aanslag op onze verlichtingsidealen. Hoe belangrijk deze idealen ook zijn, de verlichting heeft ook een schaduwzijde wanneer zij als rechtvaardiging dient om de ander te ‘beschaven’ of met geweld van bovenaf te ‘emanciperen’. Dit leidde in het verleden al tot koloniale misdaden en een paternalistische houding tegenover vrouwen en de eigen arbeidersklasse.

Vandaag, in het hoofddoekendebat, vormt de verlichtingsretoriek opnieuw een middel tot onderdrukking en disciplinering van de ander, in plaats van een instrument tot bevrijding. En zoals vaker in het verleden is gebeurd, is de inzet daarbij de bevrijding en ‘ontsluiering’ van de ‘andere’ vrouw. De Franse filosoof Todorov stelt: ‘De angst voor de barbaren is wat ons dreigt tot barbaar te maken. En het kwade dat wij zullen berokkenen zal veruit het kwade dat we eerst vreesden, overtreffen.‘ Emancipatie kun je niet opleggen, maar moet voortkomen uit een democratische strijd van onderdrukte groepen zelf.

Vormt een belaagde en vaak gediscrimineerde minderheid van de Vlaamse bevolking werkelijk een bedreiging voor de idealen van de verlichting? Wat willen de aanhangers van deze these bereiken? Waar leidt deze weg van een onverenigbaar ‘zij’ en ‘wij’ naartoe? We moeten ons dringend bezinnen over de manier waarop begrippen als secularisme, democratie en verlichting leiden tot de emancipatie, dan wel onderdrukking van bepaalde maatschappelijke groepen. De hoofddoek is geen op zichzelf staand fenomeen, los van de maatschappelijke context. Het wordt dringend tijd dat we niet de ander, maar onze gedeelde maatschappij en haar interne problemen als vertrekpunt nemen.

Als de hoofddoek een symbool van onderdrukking is dat bewust in onze vrije samenleving wordt geïntroduceerd, zoals Barnard en co. beweren, dan moeten we misschien onze zogenaamde ‘vrije maatschappij’ in vraag stellen. Hoeveel onderzoeken over de sociale ongelijkheid in het onderwijs, over de ongelijkmatige posities op de arbeidsmarkt en over het gebrek aan politieke kansen moeten nog de revue passeren voor we ‘back to basics’ gaan? En hoelang moet dergelijke prietpraat over de botsing tussen beschavingen nog aanslepen voor we gaan zeggen waar het op staat? Een verlichte maatschappij biedt iedereen, ongeacht levensbeschouwelijke overtuiging, afkomst of geslacht reële institutionele en materiële kansen voor hun collectieve en individuele emancipatie, in plaats van ze op voorhand te tackelen. Een sociaal rechtvaardige maatschappij gaat in dialoog, in plaats van groepen vast te rijden in een blokdenken waar ze niet meer uit geraken. Dit staat haaks op de intellectuele dwangbuis van de huidige verlichtingsfundamentalisten die het eindpunt en de vorm van emancipatie reeds hebben uitgestippeld. Het verlichtingsideaal is het waard om verdedigd te worden, maar wanneer zullen we beseffen dat vrijheid en gelijkheid nog altijd niet voor iedereen gegarandeerd worden? We leven nog steeds niet in een rechtvaardige maatschappij die ieders vrije rechten in gelijke levenskwaliteit omzet.

Ook zij aan de linkerzijde die religie als opium van het volk zien, hoeven niet verward te zijn over hun houding tegenover de islam. Net zoals over de huidige economische crisis, heeft Marx zeer zinnige zaken te zeggen over religie en de progressieve houding ertegenover. Al te vaak wordt Marx’ religiekritiek verengd tot het adagium ‘opium van het volk’. Marx zag in religie een weergave van de menselijke ellende, maar ook een protest tegen deze ellende. Religie, zo meende hij poëtisch, was de verzuchting van de onderdrukte, het opium van het volk. Godsdienst proberen op te heffen, of symbolen verbieden, is de mens de kans ontnemen het leven draaglijker te maken, maar ook het verzetspotentieel ervan te miskennen.

De vraag luidt dan of het nodig is om het religieuze symbool dat de hoofddoek is te verbieden? Is het niet veel belangrijker om in dialoog de sociaal-politieke en religieuze redenen voor deze keuze te begrijpen? Het is niet de religie die bepaalt wat we doen en laten maar de mensen zelf. Veel moslimvrouwen willen zich emanciperen via onderwijs en een eigen inkomen dat onafhankelijkheid garandeert. Hun recht op onderwijs wordt echter geplet tussen hamer en aambeeld. Enerzijds wordt hen verweten dat ze de ‘neutrale’, publieke ruimte van de gemeenschapsscholen met religieuze symbolen willen veroveren, maar anderzijds is het kot te klein wanneer ook maar de idee van aparte islamscholen – in principe gegarandeerd door de grondwettelijke vrijheid van onderwijs – wordt geopperd. Ook moslima’s worden geconfronteerd met onderdrukkende rollenpatronen en huiselijk geweld. De hoofdzaak van de Verlichting is het steunen van hun strijd om hun grondrechten, of ze die nu voeren mét of zonder hoofddoek, binnen of buiten hun religie. En hoe meer we het hoofddoekendebat opblazen en essentialiseren, hoe meer meisjes die hoofddoek zullen dragen. Emancipatie kun je niet met dwang bekomen; je kunt ze wel dwangmatig tegenhouden.

Karel Arnaut (UGent), Koenraad Bogaert (UGent), Sarah Bracke (KU Leuven), Marlies Casier (UGent), Noel Clycq (UA), Eric Corijn (VUB), Pascal Debruyne (UGent), Herman De Ley (UGent), Brecht De Smet (UGent), Aleidis Devillé (KU Leuven), Ignaas Devisch (UGent, Arteveldehogeschool), Ruddy Doom (UGent), Nadia Fadil (KU Leuven), Fouad Gandoul (politicoloog), Dirk Jacobs (ULB), Eva Jaspaert (KU Leuven), Meryem Kanmaz (UGent), Els Lecoutere (UGent), Chia Longman (UGent), Maarten Loopmans (Erasmus Hogeschool Brussel), Rilke Mahieu (UA), Ico Maly (UGent), Johan Mertens (UGent), Dany Neudt (historicus), Stijn Oosterlynck (KU Leuven), Jan Orbie (UGent), Christopher Parker (UGent), Rik Pinxten (UGent), Edith Piqueray (Centrum voor migratie en Interculturele Studies), Omar Salamanca Jabary (UGent), Jan Teurlings (Universiteit Amsterdam), Barbara Van Dyck (UA), Annemie Vermaelen (UGent), Jef Verschueren (UA), Koen Vlassenroot (UGent), Anne Walraet (UGent), Karim Zahidi (UA/UGent), Sami Zemni (UGent), Jan Zienkowski (UA).

Deze vrije tribune verscheen in De Standaard, 12 september 2009